Vidéographie

pieter van bogaert

pieter@amarona.be

Rewind, Replay: Vidéographie bij Argos

in De Witte Raaf, 2026

Het lijkt wel een ongeschreven wet. Bij het exposeren van mediakunst gaat altijd ergens iets mis. De techniek haalt vroeg of laat de bovenhand. Ook (zeker?) als het gaat om oude(re) media. Bij het begin van Rewind, Replay: Vidéographie, een greep uit het rijke archief van het gelijknamige programma dat tussen 1976 en 1986 liep op de RTBF, staat een geblokte monitor, type Hantarex – een reliek uit die periode – op een sokkel, zonder beeld of geluid. In de bezoekersgids staat dat hierop enkele inleidende fragmenten lopen. Maar ook zonder die fragmenten vind ik het een geslaagde installatie. Zoals het gaat met media (en dus ook met mediakunst) zijn het de momenten waarop het medium dienst weigert dat de kijker/luisteraar zich bewust wordt van het medium zelf. De aanwezigheid van die zwijgende monitor, van dat stuk media-archeologie van een halve eeuw geleden, werkt dan, meer dan als inleiding, als statement.

Opdracht volbracht, missie geslaagd. Na die enigmatisch stille monitor aan de ingang verloopt alles technisch vlekkeloos. Maar toch is ook hier iets dat niet klopt. De eerste video’s achter die monitor lopen op meer actuele flatscreens, het formaat van die schermen (doorgaans 16:9) kunstmatig aangepast met een nieuwe voorzetwand als kader (in 4:3, het courante formaat uit de jaren 1970 en ’80). Je kan dat zelf verifiëren aan de achterkant van die flatscreens, in hun volle breedte zichtbaar gelaten aan de achterkant van de wanden. Dat kan geen toeval zijn. Ook dat heeft veel weg van een statement. Ook daar maakt de scenografie plaats voor het medium.

The Medium Is The Message. De woorden van mediafilosoof Marshall McLuhan uit het decennium van voor deze video’s werden gemaakt, klinken door in de stille aanwezigheid van de dispositieven. De makers van Vidéographie maken anti-televisie televisie. Hun avantgardistische werk op de Waalse openbare zender is een vorm van hypertelevisie waarbij kunstenaars ingrijpen in het beeld. Ze doen dat op een artisanale manier. Een beetje zoals de scenografen van deze tentoonstelling de monitor op een sokkel zetten of het formaat van de flatscreens aanpassen met een valse wand.

Anti-televisie televisie is ook de titel van de eerste sectie in dit overzicht dat het medium niet enkel exposeert, maar meer nog expliceert. Op een zeer toegankelijke manier leert de kijker alles over de verschillende breedtes van de eerste videobanden voor amateurs en professionelen. De kijker leert over de techniek om de magnetische banden te lezen. Over de mastertape (bande-mère in het Frans) waarvan de videomaker fragmenten kopieert en monteert tot een nieuw werk. De kijker leert op een speels educatieve manier over camera’s en lenzen. Hoe de dingen altijd kleiner worden, draagbaarder en onafhankelijker – dat klinkt ook nu nog vertrouwd, in tijden van digitale media. Het laat toe te filmen uit de hand: een zoeker is niet langer nodig als het beeld onmiddellijk verschijnt op het scherm.

‘Attention! Votre moniteur de télévision n’est pas en panne. Ceci est une experience’, zegt een van de video’s. Technische problemen zijn hier niet om op te lossen, maar wel om te tonen en te gebruiken. Een ervaring. Televisie voor de makers uit die beginjaren van de video is iets om in te participeren, zowel in het materiaal (de hardware), in de techniek (pixels en elektronen) als in de zender (de RTBF in dit geval). Patti Smith richt zich in haar televisieperformance als hommage aan Rimbaud tot de (aanwezige) technici én tot haar (afwezige) publiek. Delphine Seyrig en Carole Roussopoulos nemen de studio’s over van de mannen (alsof ‘les femmes ne sont pas faites pour être professionelles’). Tegelijk met Jean-Luc Godard zullen zij als eersten in Frankrijk de mogelijkheden van het elektronische medium verkennen. Jane Fonda legt voor Seyrig en Roussopoulos uit hoe de camera haar als vrouw bekijkt en behandelt.

Jean-Luc Godard zal met Jean-Pierre Gorin Fonda van repliek dienen in (niet in deze tentoonstelling) Letter To Jane – ook daarvoor dient het nieuwe medium. Jean-Luc Godard ook, die via cameramaker Jean-Pierre Beauviala (wel in een fragment in deze tentoonstelling) in Grenoble, de stap zet van film naar video en weer terug. Godard, opnieuw, die in Ici et Ailleurs (ook in deze tentoonstelling, een fragment) de kijker filmt voor het tv-toestel, met op de voorgrond: de achterkant van het toestel. Chacun à sa place. Net als Godard in zijn militante periode zal Vidéographie aandacht schenken aan de klassenstrijd – van de Brusselse straten tot de Waalse staalfabrieken. En net als bij Godard in zijn pedagogische periode verschijnt het schoolbord hier als medium in het medium: muzikant, schrijver, onderzoeker Pierre Schaeffer (die nog werkte voor de RTF, de Franse televisie voor die ORTF werd) gebruikt het voor een uitleg over de werking van de media, over de crisis van de televisie, over tv als expressiemiddel.

Exploreren, experimenteren, expliceren. Zo gaat dat bij de ontdekking van een nieuw medium. Joan Jonas keert het beeld om als een spiegelbeeld in Vertical Roll. Nam June Paik zet magneten op zijn tv-toestel die de elektronen in het beeld in een nieuwe baan brengen. Vidéographie gaat op bezoek bij de Brusselse politie om iets te leren over bewakingscamera’s: wie kijkt en wie wordt bekeken? De uitvinding van een nieuw medium (nog zo’n les van McLuhan) is meestal ook de heruitvinding van een vorig medium: een spel met tijd en beweging; het beeld dat zoekt naar het zelf. Of omgekeerd, het zelf op zoek naar een beeld, zoals Eadweard Muybridge (ook in deze tentoonstelling, met referenties tot in de negentiende eeuw) die zichzelf opvoert als model in de bewegingsstudies die zullen leiden tot de uitvinding van de cinema.

Vidéographie maakt school. De bovenverdieping bij Argos is helemaal gewijd aan het onderwijzen van het nieuwe medium.  Meer bepaald aan de Académie des Beaux-Arts in Luik waar verschillende kunstenaars in dit programma lesgaven. Hier is hun werk opnieuw te zien tussen werk van internationale kunstenaars als Wolf Vostell en opnieuw Nam June Paik en Joan Jonas. Maar het zijn vooral de studenten, de nieuwe lichting videokunstenaars die hier centraal staan: Eva L’hoest, Ronald Dagonier, Theo Naniot, Dominique Castronovo en Bernard Secondini zijn hun namen.

Vidéographie maakt geschiedenis. En die geschiedenis wordt goed bewaard door SONUMA – Les Archives Audiovisuelles, partner in dit overzicht. Wie deze tentoonstelling heeft gemist kan op hun website nog enkele van deze en andere video’s terugvinden.