pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Dat ene beeld bestaat niet
‘Frauenzimmer’ van Aglaia Konrad in Stuk

voor <H>art, 2013

 





Als Aglaia Konrad een tentoonstelling maakt, dan kan ze terugvallen op een archief met foto’s die ze al twintig jaar lang maakt in alle hoeken van de wereld. Architectuur speelt een grote rol: in de foto’s en in de presentatie. Ook voor ‘Frauenzimmer’ – de titel van haar tentoonstelling in Stuk verwijst opnieuw naar een stuk architectuur – bedacht ze met architect Kris Kimpe een ingenieuze ingreep voor een niet evidente ruimte. Het past allemaal bij de rekbare vorm van haar werk waarin ze gebruik maakt en verwijst naar verschillende media als boek, film of fotografie.

De kern van die scenografie is een zigzagstructuur die ze, als de bladen van een boek, langs twee kanten gebruikt en door de ruimte plooit. Daarop hangen grote prints van steden waar ze de bezoekers, als in een film, doorheen leidt. Op een rij ramen hangt een geelfilter, zoals in de fotografie, die elementen uit haar beelden naar voor haalt. En helemaal achteraan staat een tafel met een transparente miniscenografie – betonnen voetjes met glasplaten erin geschoven, geïnspireerd door een ontwerp voor het museum voor hedendaagse kunst in Sao Paolo van de Italiaans-Braziliaanse architecte Lina Bo Bardi. Daarin presenteert Konrad beelden uit een ander archief: geen eigen foto’s, maar wel postkaarten.

Hoe kom je aan die postkaarten?
Aglaia Konrad: “Ik hou van postkaarten. Ik koop ze op al mijn reizen: één om naar vrienden te sturen en een andere voor mezelf. Die bewaar ik al die tijd in een grote doos. Toen ik er laatst naar keek viel me op dat elk van die beelden een foto van mij had kunnen zijn. Ik realiseerde me dat dit soort postkaarten langzaam verdwijnt. Dat gaat over een ontwerp, over een kader, een opname maar ook over het onderwerp. Vandaag is het ondenkbaar dat iemand een postkaart maakt van een sociaal woonproject. Dat zegt veel over de maatschappij. Ik vond het tijd om iets te doen met die kaarten. Zo ontstond dit werk. Ik noem het ‘Concrete City’.

De transparantie van Lina Bo Bardi verdwijnt opnieuw in de white cube/black box architectuur van hedendaagse musea. De zigzagstructuur van deze tentoonstelling lijkt die transparantie tegelijk te breken en te bevestigen.
Konrad: “Die zigzagstructuur is deel van mijn werk. Je weet dat ik altijd heel specifiek met het medium fotografie werk en dat al mijn beelden rond ruimte draaien. Ik zoek naar een manier om het medium te rekken. Ik heb mijn eerste boek, in 2002, niet voor niets ‘Elasticity’ genoemd. Die term slaat zowel op de elasticiteit van de stad als op mijn gebruik van de fotografie. Voor elke tentoonstelling moet ik eerst de ruimte zien. Dan pas kan ik een concept ontwikkelen. Ik heb niet zoiets kant en klaar liggen waar ik zomaar eender waar een tentoonstelling mee kan maken.
De ruimte in Stuk heeft een heel eigen gevoel van schaal. Op plan lijkt ze groot. Maar in realiteit ervaar je het anders. Dat komt natuurlijk door die zuilen en de ramen aan beide kanten. Er is weinig plaats om iets op te hangen. Daar kwam die zigzagmuur als een oplossing. Die vorm heeft voor mij verschillende connotaties. Één daarvan is natuurlijk het boek. Maar ik moest ook denken aan de double face mantel van mijn moeder. Dat is toch prachtig zo een mantel die je langs twee kanten kan dragen zonder hiërarchie.
Aan de ene kant van de muur hang ik een selectie zwart-witfoto’s van heel verschillende plekken. Aan de andere kant hangen twee reeksen kleurenfoto’s. De kleurenfoto’s tonen zeer specifieke vormen van architectuur, op ver uit elkaar liggende plekken. Beide ontstonden vanuit een radicaal vooruitstrevende attitude. Het eerste is een sociaal woonproject uit de jaren zeventig van Jean Renaudie en Renée Gailhoustet in Ivry, de Parijse banlieue. Je hebt er bureaus en winkels en elk appartement heeft er een eigen terrasje met groen. Het geheel volgt een rizomatisch plan dat over de straten heen loopt. Het is zeer geëngageerde en eigenzinnige architectuur.
Het andere komt uit Japan. Het is van één van de metabolisten uit de jaren zeventig: Sachio Otani. Hij bouwde een fenomenaal congrescentrum in Kyoto. Het is een zeer groot, maar vooral heel complex gebouw. Alles is uit beton en toch straalt het een totale transparantie uit. Dat geeft een zeer bijzonder ruimtelijk gevoel. Alle afzonderlijke ruimtes staan in verbinding met elkaar. Je kan overal doorkijken. Dat zorgt voor een bijzonder spel met licht. Dat past in een traditie van Japanse tempelarchitectuur met schuifwanden van papier.
Bij die zwart-witfoto’s aan de andere kant van de muur gaat het niet langer om een specifieke plaats of een bepaalde tijd. Waar of wanneer het opgenomen is, is niet belangrijk. Het gaat om wat in een beeld te zien is.

Waar komt de titel vandaan?
Konrad: “Frauenzimmer is een Oostenrijkse term waarmee ik ben opgegroeid. Het heeft iets dubbel, zoals de double face. Oorspronkelijk komt het uit de zeventiende eeuw. Toen waren de ruimtes voor de vrouwen apart van die van de mannen. De bedienden waren daar ook vrouwen. Daar komt de naam vandaan, heel simpel: de kamers van de vrouwen. Het is een term die je zowel in het enkelvoud als in het meervoud kan gebruiken. Het lidwoord maakt het verschil. Einde negentiende, begin twintigste eeuw wordt het deel van het dagelijkse taalgebruik voor vrouwen die niet conform leven met de burgerlijke moraal. Het zijn de vrouwen waarop men neerkijkt: ongetrouwde vrouwen, suffragettes, lesbiennes. Daar werd de naam Frauenzimmer als scheldwoord gebruikt. Zo heb ik de term leren kennen. Mijn moeder gebruikte het voor de rare vrouwen in het dorp. Maar je zou kunnen stellen dat die door de dorpsgemeenschap uitgesloten persoon ook weer een vrijruimte heeft verworven.

Dat is een dubbele verdubbeling: de naam slaat eerst op een ruimte en dan op een persoon, dan op vernedering en uiteindelijk op emancipatie. Die inwisselbaarheid keert terug in je beelden, in het moduleerbare van je archief.
Konrad: “Van elke reis breng ik nieuwe beelden mee, maar niet alles krijgt op elk moment dezelfde aandacht. Het is soms pas later dat de dingen een betekenis krijgen. Daarom val ik voor elke presentatie weer terug op mijn archief. Dat is anders naargelang het moment waarop ik ernaar kijk. Een beeld kan meerdere functies aannemen. Dat ene iconische beeld, de glossy foto, dat bestaat niet bij mij. De foto’s die je hier ziet zou ik nooit als afzonderlijke beelden tegen de muur hangen. Dat zou totale onzin zijn. Hier is dat anders. Hier worden het lopende meters waar de bezoeker tussen beweegt. Die manier van werken heeft iets zeer filmisch, ook al zit er in deze tentoonstelling geen enkel bewegend beeld. Film en architectuur zijn zeer verwant. Om architectuur te ervaren heb je ook tijd en beweging nodig. Dat is de reden waarom ik ben gaan filmen, ook al weet ik nog altijd niet hoe je architectuur moet filmen.

Het is een kwestie van kaderen en monteren, een werk van selecteren: wat plaats je in het kader en hoe plaats je die kaders bij elkaar? Het heeft ook veel met ritme te maken. Het valt op dat je enkel stille films maakt. Het ritme zit volledig in het beeld.
Konrad: “Dat klopt. Ik gebruik bewust geen geluid en ook geen acteurs. Zo wil ik ruimte geven aan de architectuur als protagonist. Elk geluid of elke figuur leidt daarbij af. Door zonder personages en zonder geluid te werken wordt de materie rekbaarder.

Je scenografie krijgt iets van een negatieve ruimte. Het doet denken aan je film over de marmermijn van Carrara. Daar heb je ook dat idee van een negatieve architectuur die zichzelf uitholt. In een mooie tekst over die film maakte Bart Verschaffel, en hij was niet de enige, een verwijzing naar de toren van Babel. Je verwijst er zelf naar met die afgekapte bergtop aan het einde van de film. In de manier waarop je de dingen samenbrengt, ontstaat hetzelfde effect. Die verschillende gebouwen op verschillende plaatsen met verschillende talen. Ook daar zit iets zeer dubbel. De hoop van het modernisme en het fiasco van Babel.
Konrad: “Deze foto’s gaan niet over hoop of wanhoop. Het verband met Babel zit voor mij meer in de manier waarop deze foto’s in deze opstelling een getekend karakter krijgen. Daar gaan we terug naar het getekende plan van de architect en de realisatie die daarachter zichtbaar wordt. Het heeft met de materialisatie te maken. Met vorm en textuur. Ik wil geen waardeoordeel uitspreken. Ik vertrek niet vanuit een moraal, maar vanuit een fascinatie voor architectuur: de bebouwde wereld, door mensen ontworpen en bedacht.

Aglaia Konrad. ‘Frauenzimmer’. Tot 12 mei in Stuk, Naamsestraat 96, Leuven. Wo-do, 14-21u + vr-za, 14-18u. www.stuk.be