pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

De kuur van Berlijn

Een gesprek met AMVK

voor <H>art, 2007

Anne-Mie Van Kerckhoven (AMVK) verbleef een jaar in Berlijn met een beurs van de DAAD, het Duitse ‘artists in residence' programma. Onder veel voorbehoud is ze naar ginder vertrokken. Met vallen en opstaan is ze gebleven. En de Duitse hoofdstad opnieuw verlaten lijkt al evenmin vanzelfsprekend. De productie van haar (eerste?) jaar in Berlijn is nu te zien in twee gelijktijdige tentoonstellingen. Tijd voor een gesprek over wat geweest is en wat gaat komen.

 

AMVK heeft lang getwijfeld om naar Berlijn te gaan. Ze was nog maar net gestart met Bum Collar, de nieuwe muziekgroep met Danny Devos en Mauro Pawlowski (waarmee ze eerder optrad als Club Moral) en Paul Mennes. Ze was net gestart met AntiSade Press, een eigen uitgeverij voor eigen werk. Ze had door de jaren een vaste groep medewerkers in Antwerpen die ze moeilijk kon meenemen naar Berlijn. En ze was bovendien nog nooit een jaar lang weggeweest. Maar uiteindelijk was ze in België – bij gebrek aan een kritisch klankbord voor haar artistieke productie – toch niet echt gelukkig en heeft ze alle lopende projecten en contacten naar Berlijn kunnen meenemen.

AMVK heeft hard gewerkt. Berlijn was een uitdaging, maar het heeft blijkbaar wel deugd gedaan: “De vrijheid van zo een beurs, een heel jaar lang zomaar doen wat je wil, is niet evident. Berlijn is een zware stad om in te leven. Deze stad voedt zich aan de energie van mensen die door hard te werken verdwijnen in haar mechanisme. In tegenstelling tot wat mens denkt, is deze stad overigens geen poort naar het Oosten, maar wel naar het Westen. In die zin ervaar ik haar zelf meer als een einde dan als een begin.”

In de daadgalerie hangt ondermeer een reeks met zestien portretten van straten uit deze stad, deze spons die voortdurend dreigt uit te drogen. Ze tonen een stad vol potentie, nog volop in opbouw en eigenlijk al voortdurend failliet: “Berlijn heeft af te rekenen met een enorme braindrain, terwijl dit eigenlijk wel een goede omgeving is voor kunstenaars om in te werken. Je kan hier veel films zien, ze hebben hier uitstekende boekenwinkels,… Cultuur wordt hier echt heel au sérieux genomen. Berlijn speelt niet alleen zeer kort op de bal qua cultuur, maar ook qua politieke reflectie. Dat is stimulerend én uitputtend tegelijk.”

 

Traditie

De eerste vier maanden van haar verblijf besteedde ze aan het herinrichten van het schrijversappartement dat haar werd toegewezen. Een kunstenaarsatelier op maat is iets dat moet groeien. Maar ondertussen is AMVK het hier zodanig gewoon dat ze enkele weken geleden haar intrek nam in een nieuw atelier, waar ze zeker nog blijft verderwerken tot na de zomer. Op die manier past ze in een rijke Berlijnse traditie die teruggaat tot de tijd van de Hugenoten in de zestiende eeuw: “Toen werden de Franse protestanten en masse naar hier gehaald om de leeglopende stad opnieuw te bevolken. De DAAD probeert vandaag eigenlijk hetzelfde te doen: kunstenaars naar hier halen om de culturele leegloop tegen te gaan. En eens ze hier zijn, trachten ze de kunstenaars hier te houden. Mona Hatoum en Tacita Dean zijn goede voorbeelden van kunstenaars die na hun verblijf aan de DAAD in Berlijn bleven. Jimmie Durham is hier lang gebleven. Nico Dockx, die hier een jaar voor mij zat, zit hier ook nog steeds. En ja, ik ga ook nog even blijven.”

AMVK is nog niet klaar met Berlijn: “Een jaar lang heb ik me verdiept in de geschiedenis van de stad. Vrouwen waren daarin zeer belangrijk. Sterke vrouwen, zoals in zoveel films van Fassbinder tot Rosa von Praunheim. Wist je overigens dat Marlene Dietrich bokste? Boksen was toen een heel populaire sport, bij mannen én vrouwen. Ze is ermee moeten stoppen omdat er geen enkele man meer met haar wou vechten. Vrouw-zijn betekent duidelijk iets heel anders in Berlijn dan bij ons. Nu nog altijd. In België kreeg ik dikwijls het verwijt dat mijn werk zo koud was. In Berlijn ervaart men het eerder als erotisch.”

Die vrouwen spelen een grote rol in de tekeningen, schilderijen en video's die ze toont in Berlijn. Net als het symbolisme: “Ik ben de laatste tijd nogal veel bezig met het symbolisme. Voor mij is dat een soort van brug tussen de romantiek en het modernisme. Berlijn bleek daarvoor, met zijn rijke Germaans-romantische traditie en zijn belangrijke rol in het modernisme, via Bauhaus bijvoorbeeld, eigenlijk wel een goede voedingsbodem te zijn. Symbolisme heeft voor mij iets te maken met een soort van verstilde beweging. Of de materialisering van het immateriële. Ik kocht hier een boek van De La Mettrie – één van die Franse dissidenten die in de Duitse hoofdstad belandde – die zei dat gedachten eigenlijk excrementen zijn. Een blasfemie die in zijn tijd enkel in Berlijn kon gedrukt worden.”

 

Curator

Het symbolisme als overgang tussen romantiek en modernisme is een thema dat regelmatig weerkeert in haar lopende Berlijnse tentoonstellingen. Het is ook het thema dat AMVK verder gaat uitwerken met Koen Van Synghel, de Brusselse architectuurcriticus, waarmee ze werd uitgenodigd als curator voor het Time Festival, volgende maand in Gent. Met Van Synghel is ze op zoek gegaan naar de overblijfselen van het symbolisme van toen, in het werk van schrijvers als Jean Ray of Maurice Maeterlinck, in Gent en elders. De melancholie van het water, de sfeer eigen aan de industrialisering, de arbeidersbevolking met aan de andere kant die typische Gentse franssprekende bourgeoisie: dat zijn de dingen waardoor ze zich laten inspireren.

AMVK: “Bij Maeterlinck vind je ook die idee terug van de inertie, die verstilde beweging. De manier waarop planten toch groeien en zich verspreiden bijvoorbeeld. Maeterlinck heeft een grote schare van gerenommeerde aanhangers, maar is in België zo goed als onbekend. Er zijn weinig mensen die bijvoorbeeld weten dat hij een Nobelprijs heeft gewonnen. Kandinsky kwam er openlijk voor uit dat hij beïnvloed was door zijn teksten. Schrijvers als Jarry, Beckett, Artaud verwijzen op een bepaald moment in hun carrière allemaal naar het werk van Maeterlinck. In Berlijn is hij vandaag nog steeds populair. Elke twee maanden staat er wel een ander stuk van hem op plaatsen als de Berlijnse Volksbuhne. En in Parijs. Daar was vorige maand nog een opvoering van ‘Peléas en Mélisande' – die komt tijdens het Time Festival ook naar Gent.”

In het Timefestival zitten ook enkele tentoonstellingen. Koen van Syngel maakt er een voor het Museum Dr. Guislain over intuïtieve architectuur. AMVK nodigt een project uit met foto's van interieurs uit Sjanghai, een tentoonstelling die ze zag tijdens haar verblijf in China. Voor een grote tentoonstelling in SMAK bouwen ze een groot huis, ín het museum en nodigen ze een zestal kunstenaars uit die elk een kamer inrichten: “Interieurs waren heel belangrijk in de Victoriaanse tijd van Maeterlinck. Donkere interieurs met veel exotische planten. Niet alleen voor Maeterlinck trouwens, ook voor Gent – een verre uitloper van die fascinatie was het Chambres d'Amis project van Jan Hoet enkele jaren geleden. Die architectuur en interieurs vormen een weerkerend thema in het festival.”

Het project lijkt haar op het lijf geschreven. Haar zopas verschenen AntiSade-kalender is samengesteld uit 12 interieurs. En AMVK heeft inderdaad op haar tanden moeten bijten om niet zelf mee te doen. Zo gaat dat. Curatoren curateren nooit zichzelf. En toch lijkt het een logische stap van de genezer als kunstenaar naar de genezer als curator.

 

Sick Lady

De kuur, de genezing: het is nooit ver weg bij AMVK. Wat ze nu doet voor het Time Festival als curator, deed ze de afgelopen jaren voor zichzelf als ‘HeadNurse'– één van haar langst lopende artistieke projecten. In Berlijn duikt er overigens een ‘Sick Lady' op in de titel van één van haar tentoonstellingen. Berlijn was een kuur, en ziek worden maakt blijkbaar deel uit van de genezing.

De tentoonstelling in de daadgalerie is als een dagboek, met tussen de vele tekeningen, schilderijen en collages ook een film in 24 delen en een video in 365 dagen: “Ik verwerk graag plaats en datum in mijn tekeningen. Maar de eigenlijke structuur voor de presentatie haalde ik bij het Bauhaus. De manier waarop zij tentoonstellingen opbouwden is echt fantastisch. Ik vertrok van een rode, een witte en een zwarte muur. De rode muur is eigenlijk geen muur, maar een schaduw. En de zwarte muur is een vlak dat op de grond ligt. Ik heb er een tekst op gezet die dient als motto van de tentoonstelling: over de overgang van het organische naar het denken, over het plantaardige van de mens.”

Het klinkt nogal bestudeerd als ze het uitlegt, maar het oogt zeer organisch. Als een doorlopende reeks ontmoetingen van vrienden en kennissen. Een continue uitwisseling van ideeën. Dat is een groot verschil met de tentoonstelling bij Barbare Thumm, waar alles zo af en gestructureerd lijkt. Hier staan de werken op zich, zowel qua techniek als qua inhoud. Dit zijn gecontroleerde, beheerste beelden. Elk beeld is een gesloten universum van vormen en kleuren. Zo organisch als de daadgalerie (waar de eigenlijke installatie pas ontstond in de loop van de week voor de opening), zo strak is de opstelling bij Thumm. Het organische leven van elke dag wordt hier op een verkoopbare manier verpakt en gepresenteerd.

Veel mythologische figuren trouwens bij Barbara Thumm. Vrouwen, vooral. ‘The Sick Lady' is er niet echt te zien. Het heeft meer iets van een ‘Clean Lady'; een ‘Cleaning Lady'. Ja, van een verpleegster, een curator van het zelf, die orde brengt in de chaos uit de daadgalerie. De antinomieën die zo belangrijk waren in AMVK's recente werk zijn er wat uit. Dat maakt het minder hermetisch. Misschien is er nu minder angst, is de zelfverdediging weggevallen, het offensieve. De vrijheid om zich niet te hoeven verdedigen. Wat er ook van zij: haar Berlijnse kuur heeft duidelijk vruchten afgeworpen. Één jaar is bovendien niet genoeg. Er moet nog veel meer opgelost worden in deze stad.