pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Verpleger van beelden

Een gesprek met David Claerbout

voor <H>art, 2007

Begin oktober opent een tentoonstelling met werk van videokunstenaar David Claerbout in het Centre Pompidou. Na Parijs reist ze verder langs o.a. Boston, Vancouver, St-Gallen, Tilburg en Tokyo. Het wordt een telkens aangepaste versie naargelang de ruimte en de context. Daarbij wordt getracht de werken zoveel mogelijk met elkaar te laten communiceren. We zochten de kunstenaar op in zijn atelier in Antwerpen, waar hij vertelt over wat (wel én niet) te zien zal zijn en waarom.

 

Op het moment van het interview (begin september) is David Claerbout nog volop bezig met ‘Long Good Bye', zijn nieuwste werk dat in Parijs in première moet gaan. Op zijn werktafel liggen schetsen voor de video. Ze tonen een landhuis, een schilderachtige tuin, een vrouw met een dienblad, een achterwaartse beweging. Het tijdsverloop maakt de omgeving van de monumentale tuin steeds belangrijker; hoe ruimer het beeld, hoe minder visuele informatie. Niet ongewoon voor Claerbout, wordt het een werk over de blik; over kijken, bekeken worden en wegkijken. Hij anticipeert op een irritatie bij de kijker en speelt in op een bepaald verwachtingspatroon. Het zijn elementen die zeker ook in Parijs aan bod zullen komen.

 

David Claerbout : “Voor de tentoonstelling in Parijs werken we rond twee belangrijke assen. Enerzijds is er de architectuur, anderzijds het minder tastbare verloop van de tijd. De eerste lijn is een voorzet van Christine Van Assche, curator nieuwe media bij Pompidou. De tweede hangt meer samen met wat ik als dringend beschouw. Zo werd beslist om werken die architecturale referenties bezitten tegen elkaar uit te spelen. ‘Sections of a Happy Moment' (2007) is opgenomen in een sociale woonblok, ‘Bordeaux Piece' (2004) rondom een villa en in ‘Shadow Piece' (2005) speelt een oude opname van een entreehal een centrale rol. In ‘Long Good Bye', verdwijnt de architectuur langzaam in het beeld van de tuin. Een werk dat hier misschien wat uitspringt is ‘The Stack' (2002), uit de collectie van het SMAK, dat hier voor het eerst op hoge resolutie zal getoond worden.

 

Momentopname

“Maar laten we het eerst over de tijd hebben. Mijn nieuwste werk, ‘Sections of a Happy Moment', is het eerste in een reeks van drie over het excessieve observeren van momentopnames. Alles draait rond één ogenschijnlijk onbelangrijk moment: een Chinese familie met kinderen die met een bal spelen, opgenomen vanuit een schijnbaar oneindig aantal invalshoeken. Mij is het te doen om de blik van de familieleden en de manier waarop die de honderden camerastandpunten doorstaat. Hoe de extreme controle van de verschillende camera's er niet in slaagt de eenvoud van die scène te breken.

“De video is het resultaat van een werkproces van bijna twee jaar. Mijn eerste plan was om er enkele weken aan te werken. Maar dat was gerekend buiten de chirurgische ingreep die ik wou uitvoeren. Ik heb een doorgedreven neiging om te componeren. De personages werden in de studio opgenomen. De omgeving is een digitale reconstructie aan de hand van historische foto's van een appartementencomplex uit het Antwerpen van de jaren vijftig. Alle volwassen bomen werden eruit gesneden en vervangen door jonge exemplaren. We hebben de plek – die er in werkelijkheid vrij slecht aan toe is – digitaal hersteld naar de oorspronkelijke toestand; alsof de tijd is blijven stilstaan. Ik wou een bijna utopisch beeld creëren waarbij alles perfect georganiseerd is. Iedereen is gelukkig; het voorjaarslicht, de omgeving, alles is perfect en circulair gecomponeerd.

“Het resultaat is een ruimtelijke omschrijving van de situatie in 180 beelden. Hoewel je een momentopname ziet, evolueren de verhalende kwaliteiten van de projectie naarmate de tijd verstrijkt. Het is een soort ontzenuwing, waarbij al die aparte composities samen uiteindelijk terug één moment gaan vormen, om daarna weer uiteen te gaan. Het enige tijdsverloop zit in de projectie. Dat wordt nog eens versterkt door de soundtrack, een echte ‘bottleneck' waarop ik al kritiek heb gekregen. De trage pianosolo bezorgt het werk kleine kernen van narrativiteit en geeft de beelden meer eenheid dan fragmentatie. Het hangt er al van af welke kant je kiest.

 

Witte ruimte

“We hebben lang nagedacht om optimaal gebruik te maken van de Espace 315 (dat getal komt ongeveer overeen met het aantal vierkante meters) in het Centre Pompidou. We wilden vermijden dat de verschillende installaties te veel zouden gaan samenklitten en tegelijkertijd wilden we toch afstappen van de traditionele ‘black box' benadering. Ik wou niet alles ineens weggeven. Ik leg liever een bepaalde regie in de tentoonstelling. De open en lichte structuur die we nu gebruiken, met hoogstens enkele transparante muren, houdt bepaalde risico's in voor sommige werken. Maar als alles lukt, wordt dit een zeer lichte, bijna zwevende tentoonstelling.

“Een groot probleem met het presenteren van video is natuurlijk de klank. Geluid is zeer moeilijk voor mij. Het heeft lang geduurd eer ik er gebruik van maakte. Nu nog ga ik er meestal van uit dat mijn werk stil moet zijn. Geluid is dat ene element dat je ruimtelijk moeilijk kan intomen. Dat probleem lossen we op met zeer gerichte luidsprekers. Er vloeit onvermijdelijk klank over tussen de installaties. Maar dat hoeft niet altijd een storende factor te zijn.

“Toch kozen we ervoor om die video's die expliciet met geluid werken niet op te nemen. Een uitzondering is misschien ‘Bordeaux Piece', waarin ik het omgevingsgeluid deels loskoppel van de dialogen. Luidsprekers zorgen voor het omgevingsgeluid, terwijl de dialogen en de muziek – het narratieve element – te volgen zijn via koptelefoons. Die creëren een zeker rustmoment voor de toeschouwers, een moment waarop die zich kan concentreren, terwijl de rest van de tentoonstelling meer een wandeling wordt. ‘Bordeaux Piece' staat overigens vrij centraal in de ruimte, en daarmee ook het omgevingsgeluid dat erbij hoort. Ik hou van dat toeval: op de belangrijkste plek in de tentoonstelling zijn nu vogeltjes te horen...

“Andere werken werden niet opgenomen om inhoudelijke redenen. ‘White House' bijvoorbeeld, dat ik maakte als antwoord op ‘Bordeaux Piece', kon er niet in. De Senegalese acteur, zijn Marokkaanse tegenspeler, de rauwe moord die zich 75 keer per dag herhaalt voor een in deze context symbolisch ook vrij geladen wit huis, zorgden voor een té racistische retoriek.

 

Aanslag op de kijker

“Toch is ‘White House' meer dan een aanslag op de kijker. Net als ‘Bordeaux Piece' is het een uitputtingsslag voor de acteurs; een dertien uur durende acteermarathon, waarin steeds dezelfde scène herhaald wordt, over het tijdsverloop van één dag. Met het verdwijnen van de zon, verdwijnt ook de kwaliteit van het acteren; het wordt steeds meer mechanisch. ‘White House' hergebruikt de techniek van ‘Bordeaux Piece', maar met een grotere narratieve inzet. De twee Afrikaanse mannen voor dat neokoloniaal gebouw slaan niet alleen met een steen op elkaar, maar bijna letterlijk ook op het scherm, op de camera, op de kijker. Dat is van een heel ander niveau als de gereserveerde in luxe badende sfeer van ‘Bordeaux Piece'.

“‘White House' stelt vragen over het kijkplezier. Het is mijn antwoord op een frustratie tegenover een overaanbod van politiek correcte kunst die een bepaalde gerustheid uitstraalt. De Documenta van Okwui Enwezor was één van haar hoogtepunten. Maar tegelijkertijd is het, net als ‘Sections of a Happy Moment', bedacht vanuit een reeks. Door een bestaande structuur of compositie te hernemen, creëer je een verwachtingspatroon, waartegen je jezelf kan keren. Zo start je een kijkproces. Het laat toe verder te gaan met een bepaalde vorm en ondertussen toch de inhoud onderuit te halen.

“Inspelen op het kijkgedrag is zeer belangrijk in mijn werk. De eerste perceptie van een beeld functioneert als een ‘thumbnail': een beeld dat men gemakkelijk en snel begrijpt. Het gaat meestal over vrij gebalanceerde composities. Iets dat men makkelijk kan onthouden. Dat is iets heel anders dan in een film, waarbij het ene beeld het andere opvolgt om zo iets nieuws te verbeelden. Interessant wordt het als zich een bepaald soort van subjectief tijdsverloop begint te ontwikkelen, ook al gaat het om stilstaande beelden. Onvermijdelijk verandert de blik na enkele minuten om na een half uur – zeer utopisch uitgedrukt – ‘volkomen' te worden. Alsof de innerlijke klok van de kijker anders gaat lopen door te kijken. Op die manier wil ik openingen creëren en het formaat (en dus het verwachtingspatroon) van de narratieve cinema doorbreken. Wat ik in de plaats zet is een onzekerheid waardoor de toeschouwer gedwongen terugvalt op een eigen persoonlijk tijdsgebruik.

 

Magie van het moment

“Mijn beelden verwijzen naar een periode van voor de montage, toen film nog verwant was met theater. Ik probeer terug te gaan naar één van de vroegste ervaringen van de geprojecteerde film. Naar de magie van het kunnen vasthouden van een moment. Het is een gevecht tegen het triumviraat van het verleden, het nu en wat gaat komen. In die zin beschouw ik me als een verpleger van beelden.

“Ik vind nooit iets uit, maar werk steeds met ingevingen die ik elders oppik. Als ik een boek opensla met afbeeldingen van mijn werk, heb ik het gevoel naar een afdruk te kijken van iets dat al heeft bestaan. Misschien heeft het iets te maken met mijn opleiding als schilder en mijn zeer visueel geheugen van de kunstgeschiedenis, waardoor bepaalde picturale elementen constant de kop opsteken. In ‘The Stack' zit een herinnering aan Piranese: de monumentaliteit, het werken met tegenlicht, waardoor het keerpunt van het werk zich in de schaduwzijde bevindt. In de strakke compositie van ‘Kindergarten Antonio Sant'Elia, 1932' (1998) zit een licht dat herinnert aan Mondriaan. Ook het lijnenspel in ‘Shadow Piece' verwijst naar een compositorische transparantie in de moderne kunst.

“Maar we moeten oppassen om te snel het verband te leggen tussen video- en schilderkunst. Het is een mijnenveld van misvattingen vol conservatisme en onbegrip. Dan wordt wel eens grijnzend verwezen naar Bill Viola alsof hij het beste vertegenwoordigt van wat kunstenaars die werken met zogenaamde nieuwe media te bieden hebben. Ik voel me vooral verwant met fotografie en verwacht veel van komende digitale ontwikkelingen . Het digitale biedt toegang tot elke pixel in je onderwerp. Soms moet je de dialoog durven aangaan met de voyeuristische en de pornografische blik die alles wil zien en die gedreven wordt door de impuls om dichterbij te komen. Dat gegeven wil ik verder uitwerken in de reeks momentopnames. Het zijn op zich geen adembenemende momenten die vertaald worden. Het gaat mij om dat ene moment dat blijft verlopen en zich blijft ontwikkelen.”