pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

 

Double Talk

Pieter Geenen en Johan Grimonprez in Strombeek en Mechelen

 

 

voor <H>art, 2009

 

‘Shot by Both Sides’ verzamelt werk van Pieter Geenen en Johan Grimonprez in Strombeek en Mechelen. De dubbeltentoonstelling komt er naar aanleiding van Grimonprez’ nieuwe film ‘Double Take’; een film over dubbels, over herhalingen, de eeuwige wederkeer van het gelijke. Maar ook een werk over dubbelzinnigheid, over gelaagdheid, multi-interpreteerbaarheid en dus over verschillen. We ontmoetten de kunstenaars in Brussel voor een dubbelgesprek.

Beide kunstenaars brengen zeer verschillend werk. Johan Grimonprez toont in Mechelen zijn nieuwe film – een hedendaagse terugblik op het tijdperk van de koude oorlog – in combinatie met een YouTube-o-Theek – een compilatie van films uit het internettijdperk. Die YouTube-o-Theek keert terug in Strombeek, naast nog twee nieuwe werken: een interactieve projectie – ‘BED’ (2005) – en een nieuw geluidswerk – ‘Hitchcock’s Belly Button’ (2009). Het contrast met (en in) het werk van Pieter Geenen is al even groot: de statische duisternis van ‘nocturne – (lampedusa-fort europa)’ (2006) en het beklemmende panorama van ‘nostalgia’ (2009) in Mechelen, aangevuld met 23 dia’s met vergrijsde Congolese landschappen op zeven grote schermen in Strombeek.

Het motto van ‘Double Take’ indachtig – “If you meet your double, you should kill him” – vertrekt dit gesprek van die verschillen. Maar onvermijdelijk komen we daarbij regelmatig uit bij de gelijkenissen. Het eerste verschil, de leeftijd van beide kunstenaars – Pieter Geenen is dertig, Johan Grimonprez zevenenveertig – leidt naar ‘Kobarweng, or where is your helicopter’ (1992), de video die Grimonprez zeventien jaar geleden maakte toen hij zo oud was als Geenen nu. Die video maakte hij in New York, maar kwam er na een verblijf enkele jaren eerder in Papoea Nieuw-Guinea. En net als Pieter Geenen vertrekt Grimonprez in die video en in ‘Nimdol’, de video die eraan voorafging, van een esthetiek van de stilte en de leegte.

Johan Grimonprez: Die beide video’s gingen, net als Pieter’s werk, over gecodeerde landschappen, over het feit dat een landschap nooit neutraal is. Elk landschap draagt een betekenis. De context waarin die landschappen getoond worden, zorgt nog eens voor een extra betekenis. De reis zelf is gecodeerd. Het feit dat ik in de jaren tachtig naar Nieuw-Guinea reisde en daar mensen ontmoette die nooit de omgekeerde beweging maakten, creëert een bepaalde situatie. Dat spel van kijken en terugkijken speelt een grote rol in ‘Kobarweng’. En nu nog steeds in ‘Double Take’. Daar is het landschap een tv-landschap.

Jullie benaderen dat medialandschap telkens op een heel eigen manier. Johan werkt in ‘Double Take’ vrij expliciet op de montage met gerecycleerde mediabeelden. Pieter werkt in zijn video’s met lange en trage plan séquences, waardoor de media eerder impliciet aanwezig zijn, als een verre referent. Johan kopieert en versterkt mediastrategieën, terwijl Pieter ze eerder omdraait. De traagheid, de duisternis, de leegte van Pieter’s beelden vormen een schril contrast met de dagelijkse beeldenstroom van de doorsnee westerse mediaconsument.

Pieter Geenen: Dat is mijn alternatief voor de media. In Lampedusa koos ik ervoor om ’s nachts te filmen, omdat de verhalen die we hier krijgen ook meestal gingen over vluchtelingen die ’s nachts aan land kwamen om onttrokken te zijn aan de blik van de toeristen en de lokale bevolking. Ik vond het interessant om te tonen hoe het eiland er ’s nachts dan wel uitzag en welke sporen er wel of niet waren van dat verhaal. In Cyprus filmde ik vanuit een observatorium aan de grens, waar toerisme en politiek elkaar ontmoeten. Bij die beelden uit Congo – beelden die ik vond in een oud album op de Brusselse vlooienmarkt – koos ik voor een diaprojectie. Zo wou ik het persoonlijker maken. De dia heeft nog steeds die nostalgische connotatie van vakantie en huiselijke gezelligheid. Het gaat over persoonlijke herinneringen. Het is een esthetische keuze die tegelijk ook een politieke keuze is. Het is een manier om de toeschouwer te engageren.

Klopt het als ik dit een esthetiek van de verleiding noem?

Geenen: In zekere zin. Het is de complete antipool van heel expliciete beelden die heel duidelijk, onversneden informatie geven.

En zit daar een verband met de manier waarop Johan werkt met muziek, filmfragmenten, reclame en andere verleiders in ‘Double Take’?

Grimonprez: Ik zou het niet zozeer verleiden noemen, maar wel identificeren. Mijn film wordt vijf keer onderbroken door koffiereclame. De allerlaatste is gehercodeerd door het geluid te vervangen door ‘Psycho’-muziek. Die muziek versterkt de identificatie. Het gaat echter niet over de originele muziek uit de film van Hitchcock, maar wel om een ‘lookalike’ versie. De juxtapositie van beeld en geluid gooit de kijker uit de verleiding, maar betrekt hem tegelijkertijd dichter bij het fictieverhaal in de film. Die gelaagdheid onderzoekt een nieuwe manier om te terug te kunnen spreken over politiek. Beide lopen door elkaar en raken elkaar in het hart van de kijker.

Als het gaat over gelaagdheid speelt geluid een grote rol. Misschien nog meer in het werk van Pieter. Ik denk aan de verschillende geluidsinstallaties die je eerder maakte.

Geenen: In die installaties gaat het om de betekenis van geluid maar ook om de verschuiving die optreedt door geluid te verplaatsen naar een andere ruimte. In één van die werken zat het geluid van vuurwerk dat, door de afwezigheid van beeld, keer op keer werd geïnterpreteerd als oorlogsgeluid. Ook in ‘nostalgia’, mijn laatste video speelt het geluid een belangrijke rol. De titel is afgeleid van de Griekse betekenis van het woord: de pijn niet te kunnen terugkeren naar je land. De geluiden bij die beelden komen van weerskanten van de bufferzone die het Turkse en het Griekse deel van Cyprus scheiden. Puur esthetisch geeft dat een aangenaam soundscape-achtig effect. Maar de betekenis daarachter gaat letterlijk over onbereikbaarheid.

Die onbereikbaarheid, die notie van het buiten, speelt een belangrijke rol in jullie werk.

Grimonprez: Je kan het buiten onmogelijk buitensluiten. Degene die onderzoekt is altijd al deel van het onderzochte. Dat was al zo voor de antropologen in Kobarweng, die de gang van zaken bij de volkeren die ze onderzochten volledig overhoop gooiden door te landen met hun helikopter. En dat is iets dat me nu nog steeds bezighoudt. Het gaat over kijken over de grens. Dat is ook zo belangrijk aan die YouTube-o-Theek: het uitvegen van grenzen door die populaire internetfilmpjes binnen te smokkelen in de kunstwereld.

‘The Moving Land’, de titel van het Cahier over Pieter’s werk dat verschijnt naar aanleiding van deze tentoonstelling, heeft dat ook iets te maken met het verleggen van grenzen?

Geenen: Het heeft te maken met mijn benadering van het landschap. Hoe het land in beweging is, maar ook hoe het aanzet tot ontroering. Tijd speelt daarin een grote rol. De geschiedenis kan een geheel nieuwe betekenis geven aan iets dat er eerst niet was. Door die gevonden beelden uit Congo te tonen als een dia-installatie in een cultuurcentrum krijgen ze een heel andere betekenis. Daar en dan kunnen ze moeilijk los gezien worden van de huidige situatie in het grensgebied tussen Congo en Rwanda. Wat Johan daarnet zei: alles is al gecodeerd. Er is altijd meer te zien dan er effectief te zien is. Dus ook ‘The Moving Land’ in de zin van codes die verglijden. Ik stel mezelf soms de vraag of, door te veel te esthetiseren, te veel te abstraheren, er uiteindelijk nog wel iets te zien is. Het is een vraag die ook kijkers zich dikwijls stellen bij mijn werk. Is er iets te zien? Hoor ik iets te zien? Het creëert een onbehaaglijk gevoel.

Grimonprez: Ik noem dat het hedendaagse sublieme. De angst die Kant voelde op de top van de berg, is vandaag verplaatst naar de media. Het is moeilijk om te bepalen hoe we met die angst moeten omgaan. De romanticus in mij zegt dan dat we op zoek moeten gaan naar een manier waarop we elkaar weer kunnen vinden. Waar is dàt politieke gedachtegoed naar toe? Daar wil ik het werk van Pieter en ook het mijne situeren. In dat aftasten van de grenzen in het post-koude oorlog tijdperk. Het intieme opnieuw in de politiek brengen, dat hoort daar ook bij.

 

 

 

Pieter Geenen en Johan Grimonprez. ‘Shot by Both Sides’. Tot 10 december in Cultuurcentrum Strombeek, Gemeenteplein z/n, Grimbergen (open dagelijks van 9-22u) en De Garage, Onder den Toren 12, Mechelen (open do-zo van 11-18u). www.cultuurcentrummechelen.be www.ccstrombeek.be