pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Happy Doubles

Een gesprek met Johan Grimonprez

voor <H>art, 2007

Een overzichtstentoonstelling in de Pinakothek der Moderne in Munchen die binnenkort ook naar het SMAK komt in Gent en een dik boek bij Hatje Cantz bezorgen ons een blik voor en achter de schermen van een veelzijdig kunstenaar. Als de naam van Johan Grimonprez (°1962) valt, denken sommigen aan ‘Kobarweng', de antropologische video uit 1992 die hij maakte tussen Papoea-Nieuw Guinea en New York. Anderen denken aan ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y', de video over vliegtuigkapingen en televisie die gelijktijdig in première ging in het Centre Pompidou en tijdens de Documenta van 1997. Of nog recenter: de voorstelling van de digitale film ‘Looking for Alfred', die eindeloze trompe-l'oeil in Bozar eind 2004. Toch zijn dat slechts enkele hoogtepunten uit een veel rijker gevuld oeuvre. Even belangrijk waren immers de verschillende installaties er tussen, waarin Grimonprez de kijkers deel maakt van zijn artistiek onderzoek. De videotheek ‘Prends Garde! à jouer au fantôme on le devient' bijvoorbeeld, die de overgang vormde tussen ‘Kobarweng' en ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y.'. Of ‘Inflight', het magazine en de videotheek, waarmee hij de overgang maakte tussen ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y' en ‘Looking for Alfred'. Dat laatste meesterwerkje blijkt met ‘Double Take' – de film die momenteel in productie gaat – en met dit boek en een digitale pendant van de videotheken die voorafgingen nu zelf ‘slechts' een overgang te zijn in de aanloop naar een groter project over ‘Happy Endings'. Op een bijzonder vrijgevige manier presenteert en contextualiseert deze ‘mid career survey' Grimonprez' meer en minder publieke werk en wordt duidelijk hoe elk werk het volgende al in zich draagt. Naar aanleiding van de tentoonstelling en het boek ontmoeten we de kunstenaar in Brussel voor een gesprek over verschillen en gelijkenissen in wat geweest is en wat gaat komen.

 

 

Het spiegelen speelt een grote rol in je tentoonstelling en dit nieuwe boek. Het boek begint met Jorge Luis Borges die zichzelf ontmoet. Zijn tekst wordt gespiegeld in een nieuwe tekst van de Britse schrijver Tom McCarthy. En natuurlijk gaat ook ‘Looking for Alfred' (wat tegelijk de titel is van dit boek) over de vele verdubbelingen van Hitchcock.

Wist je dat Borges geboren is in dezelfde maand van hetzelfde jaar als Hitchcock? Augustus 1899. Verschillende van hun thematieken liggen erg dicht bij elkaar. Bij beiden heb je dat Unheimliche van de verdubbeling. Met dat als uitgangspunt ben ik naar Tom McCarthy gestapt. De verdubbeling is zeer belangrijk in zijn eigen roman ‘The Remainder' (2006) of in zijn non-fictie boek ‘Tintin and the Secret of Literature' (2006) waarin Kuifje's detectives Jansen en Janssen een centrale rol spelen. Het is de bedoeling dat Tom voor ‘Double Take' zijn verhaal herschrijft en verweeft met het Borgesverhaal. Waar Borges terugkeert naar de vader, keert Tom terug naar de moeder, die in het werk van Hitchcock zo een grote rol speelde.

 

Het spiegelen als thema is al zeer present in je vroeger werk. Ik denk aan de Papoeacultuur in ‘Kobarweng' als spiegel van onze cultuur (of liever: die van de antropologen). Bij je aankomst na een trektocht van drie dagen door de jungle werd je er zelf geconfronteerd met de vraag “waar is je helikopter?” én met een video van ‘The Sound of Music'.

Ja, dat spiegelen van culturen is zeker iets dat doorheen mijn werk loopt. ‘Kobarweng' is een film over ons, gezien door hun ogen. Of over de clichés die zij projecteren op ons; de antropologie op zijn kop gezet. Het maakt duidelijk hoe fictief de realiteit is. Net als in ‘Kobarweng' werken we in de tentoonstelling veel met een juxtapositie van beeld en tekst. Het begint met een schilderij van Magritte uit de collectie van de Pinakothek: ‘ La Clé des Songes'. Onder het beeld van het mes schrijft Magritte het woord ‘oiseau', onder de handtas schrijft hij ‘le ciel', maar onder de spons staat merkwaardig genoeg ‘éponge'. ‘ La Clé des Songes' vormt een eenheid met de tekst ernaast over 9/11 in 1948, toen honderden vogels zelfmoord pleegden door in te vliegen op de Empire State Building, in die tijd het hoogste gebouw van New York. Die tekst is een spiegeling van ‘The Birds' van Hitchcock (uit 1963), maar natuurlijk ook van 9/11/2001. In het boek legt filosoof Slavoj Žižek beide beelden – ‘The Birds' en de aanslagen van 11 september – trouwens letterlijk naast elkaar. Ook in de ruimte van ‘Kobarweng' verwijst een tekst – over de 400.000 troepen en de 200 openluchtcinema's die gedropt worden in Hollandia tijdens de Pacific War van 1942. Die tekst dient niet alleen als context voor de video, maar ook als spiegel voor wat zich vandaag afspeelt in Irak.

 

Nog een belangrijke spiegel is de televisie. In ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y.' was hij de spiegel van de realiteit, of liever – dat wordt pas echt duidelijk zoveel jaren later – was de realiteit een spiegel van de televisie. De verschillende videotheken die je samenstelde voor en na die video, maken die lijn naar de televisie nog explicieter.

De videotheek is er altijd geweest als een werktuig om thematieken verder uit te diepen. In de aanloop naar ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y' maakte ik een videotheek met Herman Asselberghs. Die installatie, ‘Prends Garde! à jouer au fantôme on le devient', groeide uit het mimetisme van ‘Kobarweng', waarin de gekoloniseerde de kolonisator na-aapt en een spiegel voorhoudt. In ‘Prends Garde!' zaten de mensen in een nagebootste huiskamer waarin ze zelf vhs-cassettes in de videospeler konden steken. Die huiselijke context was een manier om de museale context in vraag te stellen: een potje koffie, een gezellige zetel en een videocollectie zoals iedereen er thuis ook één heeft. De collectie die ik nu met Charlotte Léouzon samenstelde voor deze tentoonstelling, is geen echte videotheek meer, maar eerder een YouTube-o-theek, een digitale pendant met veel materiaal van het internet. Er wordt niet meer gefastforward, maar wel geskipt doorheen digitale bestanden.

 

Het is interessant hoe jij Hitchcock, die toch model staat als meesterfilmer, benadert vanuit het medium tv. De tv-reeks ‘Alfred Hitchcock Presents' is daarin zeer belangrijk. Of ‘The Birds' die veel nieuwe tv-technieken introduceert in de cinema. Het is bovendien via tv dat je zelf Hitchcock leert kennen. Je creëert eigenlijk een elektronisch dubbel van zijn cinematografische persona.

Het is vreemd dat zijn televisiewerk, dat nu pas als dvd op de markt komt, nooit echt goed bestudeerd werd, in tegenstelling tot zijn bioscoopwerk. Zijn tv-werk werd altijd afgedaan als tweederangs. Het is nochtans zeer interessant om te zien hoe hij de draak steekt met het medium. De komst van de televisie was een crisismoment in de geschiedenis van Hollywood en dwong de cinema zichzelf opnieuw te definiëren. Daarom vond ik het ook historisch een boeiende periode. Ik ben zelf ook een kind van die tijd, geboren in 1962, het jaar waarin ‘The Birds' werd gedraaid.

 

Voor jou is tv geen tweedehandservaring?

Voor mij is het eerstehands. Ik zag hooguit één of twee Hitchcocks in de bioscoop. Al de rest ken ik van dvd of tv. Uiteindelijk is film ook tweedehands, als spiegel van de maatschappij. We zitten in een spiraal die maakt dat de realiteit meer en meer tweedehands wordt en achterloopt op de eerstehandservaring van de elektronische en digitale media.

 

Een eindeloze spiraal die inherent is aan je werk waarin het ene project automatisch overvloeit in het andere. De tentoonstelling in Munchen toont je werk als een uitdijend archief. Het doet me denken aan de uitgebreide biografie op de generiek van Kobarweng, wat vrij uitzonderlijk is voor een video. Het openstellen van dat archief is eigenlijk een gulle geste naar je publiek toe: de bibliografie, de videotheek, alle documentatie die je meegeeft, maakt je toeschouwers deel van je werkproces.

Dat onderzoek is inherent aan het werk. Het is bijzonder moeilijk voor mij om iets af te maken. Bij het herkauwen ontdek ik voortdurend nieuwe dingen. Herkauwen is dus ook evolueren. Gelijkaardige thema's keren wel terug, maar het leidt altijd naar iets anders. De wereld verandert ook voortdurend.

 

Zo leiden je huidige projecten naar een groter project over ‘Happy Endings'. Hoe ben je daarbij terechtgekomen?

Het idee werd gelanceerd door Herman Asselberghs in 1997 toen we terugkeerden uit Parijs na de installatie van ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y' en ‘Prends Garde!'. Het hangt opnieuw volledig samen met onze zapcultuur en het veranderende tv-landschap aan het begin van de jaren tachtig, met de komst van kabel en video. Sinds CNN draait tv 24 uur op 24 – zonder eind. Je kan er gelijk wanneer in- en uitstappen. Drop-in style, noemen ze dat. De afstandsbediening maakte dat iedereen begon te zappen. Die escalatie zorgde ervoor dat de reclame-industrie vroeg naar ‘zapproof commercials'. De commercialisering gaat steeds meer bepalen hoe we de realiteit gaan benaderen. We weten niet meer waar de publiciteit eindigt of begint. Waar de fictie eindigt of de realiteit begint. Die commercials lopen overigens in de jaren zestig al als een sarcastische rode draad doorheen het televisiewerk van Hitchcock.

 

‘Looking for Alfred' heeft geen eind meer. Het is een digitale film die getoond wordt in een eindeloze lus.

Ja, het heeft iets zeer Borgesiaans opnieuw. Zoals Borges zichzelf in zijn verhaal tegenkomt twintig jaar voordien – wat impliceert dat er binnen twintig jaar misschien weer een andere Borges is die hem daar zal tegenkomen. Het is die lus die we verder analyseren in ‘Double Take'. Maar in plaats van de zelfmoord bij Borges, komt hier een moord, een “meditation on the perfect crime”. Waar de echte de onechte vermoord – of omgekeerd, dat is niet duidelijk. Misschien is het wel het verhaal van cinema en tv. Misschien ligt de cinema wel op zijn sterfbed, misschien is het de tv.

 

Welk soort film mogen we verwachten van Double Take?

‘Double Take' moet een film worden die steunt op verschillende genres. Ideaal zou zijn dat hij eerst in de bioscoop wordt uitgebracht. Ik denk dat de cinema daar nu wel klaar voor is; er worden nu veel kunstfilms of documentaires getoond in de bioscoop. Net als ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y' zal ook deze film zich voor een stuk situeren op de grens tussen de bioscoop en de kunstruimte en zal de sterkte komen uit het in vraag stellen van die grenzen. Het wordt een fictieverhaal, maar tegelijkertijd ook een document over een Hitchcock-dubbelganger. Op die manier wil ik iets vertellen over Hitchcock en zijn ambivalente relatie tot tv. En vandaar gaat het nog een stap verder naar de zeer hedendaagse thematiek van de verdubbeling van onze realiteit. Kijk naar de manier waarop het terroristisch spektakel in scène wordt gezet en vervolgens onvermijdelijk realiteit wordt. Net zo had ik nooit kunnen voorspellen dat ‘Dial H.I.S.T.O.R.Y' vijf jaar na datum ook nog eens ging uitmonden in de realiteit van 11 september.

 

 

 

JOHAN GRIMONPREZ – LOOKING FOR ALFRED. Een publicatie van Film and Video Umbrella, Hatje Cantz Verlag, Pinakothek der Moderne and Zapomatik, i.s.m. SMAK en BOZAR. Met bijdragen van Patricia Allmer, Jorge L. Borges, Chris Darke, Thomas Elsaesser, Tom McCarthy, Jeff Noon, Slavoj Žižek. ISBN 978-1-9042-7025-6. 35 Euro