pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

De kopie en het origineel
Lieven De Boeck bij Meessen De Clercq

voor <H>art, 2013

(read it in english)





Lieven De Boeck toont nieuw werk bij Meessen De Clercq. Het is, na ‘The Archive of Disappearance’ in 2010, het tweede overzicht in de galerij van de Brusselse architect/kunstenaar. De titel van zijn nieuwe tentoonstelling is ‘Image Not Found’. Terugkerende thema’s maken beide presentaties tot spiegels voor elkaar. Maar ook voor de kunstenaar. En voor de toeschouwer. Dit overzicht, dit archief, draait rond en rond tot je niet meer weet wat de kopie is en wat het origineel.

‘Copy of Original’. Hij liet het op zijn arm tatoeëren tijdens zijn residentie in LA. Het is daar, in de droomfabriek van Hollywood, de mirage van de VS, de spiegel van de wereld, dat het gros van deze tentoonstelling ontstond. Maar het idee zat natuurlijk al in vroeger werk als het ‘Typology House’ dat hij in 2004 toonde bij Witte de With in Rotterdam. Of in de boekjes ‘Wonen’ en ‘Housing’ die hij rond die tijd realiseerde aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Hij neemt er het persoonlijke als maat voor het algemene. Daarover gaat die ‘Copy of Original’: de eeuwige wederkeer van het (on)gelijke als maatstaf voor de dingen.
Lieven De Boeck klasseert. Hij geeft de dingen een plaats. In de ruimte: daarvoor is hij architect. In de verbeelding: daarvoor is hij kunstenaar. In de wereld: daarvoor is hij toeschouwer. Als hij in ‘The Archive of Disappearance’ Belgische kunstenaars als Magritte en Broodthaers gebruikt als referentie, worden dat in ‘Image Not Found’ Californiërs als Chris Burden of Matt Mullican.
Ik ontmoet Lieven De Boeck in de studio waar hij woont en werkt. We praten er omringd door nieuw werk. Boven aan de muur hangt een neon met de woorden ‘Let us be US’. Ik herken het, en toch weer niet. Ik zag ooit een witte versie en een andere in de Belgische driekleur zonder de laatste twee letters. Hier is de neon volledig zwart. De verf bladdert wat af. Het zorgt voor een patina.

Lieven De Boeck: “Zo een zwarte neon is mooi omdat het niet bestaat. Een neon dient om iets zichtbaar te maken, niet om te verbergen. Die zwarte verf op de neon is een echo op de witte Tipp-ex die ik in vroeger werk gebruikte om dingen uit te vegen. Maar je krijgt het omgekeerde effect. Door de neon zwart te schilderen verschijnt hij. Bij Meessen De Clercq toon ik ook de originele witte versie. Zwart als spiegel voor wit.
In ‘The Archive of Disappearance’ zocht ik naar manieren van verdwijnen, terwijl in LA alles draait rond verschijnen. De titel van deze tentoonstelling speelt met die spanning tussen verdwijnen en verschijnen: ‘Image Not Found’. Het beeld is er wel, maar je ziet het niet. Tijdens mijn residentie maakte ik elke dag een foto van de stralend blauwe hemel boven Californië. Die beelden doen denken aan het blauw van de videoprojector. Hier toon ik het met een diaprojector. Dat zorgt voor een vertraging, een terugkeer naar een vorig medium.”

Blauw is een belangrijke kleur voor film en televisie. Het is de kleur van de blue key: de achtergrond waarop men alles kan projecteren. Of van de blue movies: de pornofilm waarin alles draait rond verlangen en projectie.
“Het onvindbare beeld. Dat keert ook terug in ‘pour lire la solution renverser l’image’. Dat werk is een rebus waarvoor ik beelden gebruik uit LA. Het kasteel van Disney bijvoorbeeld – zelf ook een kopie: van Schloss Neuschwanstein. Of de leeuw uit ‘The Lion King’. Het laatste beeld in die rebus, l’image, is een spiegel. Dat maakt het telkens individueel: elke toeschouwer ziet zichzelf.”

Veel van je werken zijn zelfportretten waarin de toeschouwer zichzelf herkent. Op een listige manier maak je van elke verdwijning opnieuw een verschijning. Het beeld ben jij: jij als kunstenaar, maar – als je het beeld omdraait – ook jij als toeschouwer. Dat brengt ons weer bij een werk als ‘let us be US’: wij zijn wij.
“Zo werkt de spiegel: het is een beeld dat zichzelf omkeert. Het zit ook in die andere neon: ‘I lie’. Het staat voor de paradox van de leugenaar, maar ook voor de eerste drie letters van mijn naam: ‘Ik Lie(ven)’.”

In ‘I lie’ klinkt ook een fonetische echo voor LA. De droomfabriek als leugenfabriek.
“Liegen is zeer belangrijk in de kunstenaarspraktijk. De interpretatie van de realiteit als leugen. Liegen kan zeer mooi zijn.”

Zeker in Hollywood.
“Voila. Het is een van de hoofdthema’s van de Hollywoodfilm. De leugen als instrument, als kern van de fictie. Als een beeld dat je kan draaien en keren. Ook dit werk keert in verschillende vormen en verschijningen terug: liggend, tegen de muur of op een sokkel.”

Die kopie, die herhaling, wordt echt wel heel expliciet in je tentoonstelling.
“Dit (hij toont me de tatoeage op zijn arm) is de eerste kopie. De originele. Ik heb ze in LA op mijn arm laten zetten. Hier (hij wijst naar de vloer van de studio) liggen meer ‘copies of originals’: het zijn twintig lege vellen papier die ik vond op verschillende plaatsen. Hier gaat het niet meer over de inhoud maar over materie. Elk stuk papier is verschillend en dus origineel. Het is een bevragen van het origineel, een tastbaar maken van de kopie.
De werken die ik maak zijn ook dikwijls kopieën van originelen. De basketbal als wereldbol is een kopie van een werk van Matt Mullican. Bij hem is het een print. Hier is het een echte basketbal in 3D. Mijn archief werkt met codes: geheimtaal die ook dikwijls gebruikt wordt in films. Hier gaat het over de meridianen. De conventie is dat de nulmeridiaan, de originele, door Greenwich loopt. Hier zijn de meridianen de lijnen van de basketbal waarvan er één door LA loopt.”

Je ‘Hollywood Alphabet’ is dan weer een eigenzinnige kopie van Chris Burden’s ‘Atomic Alphabet’. Opnieuw dat arbitraire dat samenhangt met persoon en plaats.
“Alle woorden in dit alfabet hebben te maken met Hollywood en werden langs daar deel van de gewone spreektaal. Dikwijls zijn de woorden ook spiegels voor mij. Het woord ‘editor’ bijvoorbeeld: dat is de persoon die de film monteert, maar het is ook wat ik doe in mijn archief. Ik geef de dingen een plaats. Al die woorden verwijzen naar werk in de tentoonstelling. X-rated: dat verwijst naar de blue movies waar je het net over had. US: verwijst naar de neon.

Je herdenkt heel veel media in je tentoonstelling. Je maakt een billboard met spiegelende lamellen. Je ‘Pepper Ghost Machine’ gaat terug op een negentiende-eeuwse theatertechniek. Je werkt met dia’s, boeken, typologieën: daarbij gaat het veelal om het strippen van het medium.
“Of het transformeren. Een rebus bijvoorbeeld wordt normaal gezien op papier gedrukt. Hier heeft het meer iets van een maquette in 3D. Door er een object van te maken, vertaal ik het concept. Het is de maquette van een zin. De zin als object: dat vind ik interessant. Het stelt de visualisering van het concept in vraag. Dat gaat terug naar de typologie, naar wat voorafgaat aan het beeld, aan de vertaling. Hetzelfde met dat alfabet. Het zijn gevisualiseerde letters die je op verschillende manieren kan lezen, maar ook interpreteren. Het is een visualiseren van de woorden die komen voor het beeld. Als een kopie die komt voor het origineel.”

Lieven De Boeck. ‘Image Not Found’. Tot 16 februari bij Meessen De Clercq, Abdijstraat 2a, Brussel. Di-za, 11-18u. www.meessendeclercq.com