pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Media menselijker maken
Julien Maire in Antwerpen

voor <H>art, 2011


Sinds enkele jaren is het M HKA de gelukkige erfgenaam van de legendarische collectie cinema en pre-cinema objecten van de Brugse notaris Robert Vrielynck. De volgende drie jaar nodigt het museum jaarlijks een beeldend kunstenaar uit voor een interventie met die collectie. Julien Maire is de geknipte gast om de reeks te openen. In zijn media-archeologische interesses vermengt hij verschillende technieken. Als een virtuoze bricoleur vermengt hij het analoge en het digitale, de optica en de fysica. Het doel is de machines menselijker te maken. We ontmoetten de Franse kunstenaar en kregen een rondleiding door een fijne tentoonstelling.

Maire toont twee bestaande en twee nieuwe werken. Ze staan met een selectie toestellen uit de Vrielynck-collectie in één grote ruimte. De rekken met de toestellen lijken zo uit de opslagplaats te komen. Het doet wat denken aan een atelier. Want Maire’s werk is even open als de rekken; wat in zijn projectoren zit, is minstens zo belangrijk als wat eruit komt.

Julien Maire: “Deze ruimte heeft inderdaad wel wat van de situatie bij mij thuis. Ik verzamel zelf ook veel toestellen om te gebruiken in mijn werk. De rekken hebben we bewust open gehouden en de toestellen staan er zonder een duidelijke historische volgorde. Het is de bedoeling dat ik tijdens de tentoonstelling nog terugkeer om hier te werken, net zoals in mijn atelier thuis. Ik wil hier tekeningen maken en verder werken aan de ontwikkeling van de projecties die ik hier toon.”

Geheugenstations
Julien Maire is een iconoclast van beelden, van ideeën en van machines. Maar achter die aanslag op het beeld en het medium, schuilt een grote interesse voor de menselijke waarneming.

Maire: “De werken die hier staan zijn allemaal wat ik noem ‘des stations de mémoire’. Het zijn optische instrumenten voor een herlezing van foto’s en films. Deze toestellen herwerken het beeld, ze zorgen voor een andere blik. Er lopen eigenlijk twee geheugens door elkaar. Dat van de kijker en dat van het medium. Mijn uitgangspunt is dat we met de hersenen nooit een volledig beeld reconstrueren. Wat we zien in de hersenen, zijn slechts delen van beelden. Die hebben vaak iets wazig. Dat staat ver van het realisme van fotografische media. Die precisie, dat stoort me en dat wil ik hier bijstellen.”

Julien Maire gebruikt gevonden beelden. Daar zitten dia’s tussen die zijn goede vriend, de Brusselse cameraman Sébastien Koeppel vond op de vlooienmarkt, of stukjes van oude 16mm-films. Door ze te “herlezen” zoeken deze installaties het eigenlijke beeld terug, zoals het ooit werd waargenomen door het menselijk oog. Om dat te bereiken ontwierp Maire een ingenieuze techniek van spiegels, die hij hier op verschillende manieren toepast. Het zijn samengestelde spiegels, waarvan de fragmenten afzonderlijk bewegen. Ze verknippen de beelden in nieuwe pixels en maken zo het digitale weer analoog. Het zet het statische van het geregistreerde beeld, opnieuw in beweging. Ze maken het definitieve beeld opnieuw tijdelijk en elke reproductie uniek.

Maire: “Voor deze werken liet ik me inspireren door de omgekeerde kegel van de Franse filosoof Henri Bergson. Deleuze hernam in de jaren tachtig dat beeld van Bergson in ‘L’image-temps’. Het is een projectie van het beeld in de tijd, waarin het verleden samen bestaat met het heden dat het ooit is geweest. Alles komt samen in de punt van de kegel. Daar ontmoeten het actuele en het virtuele elkaar in een soort spiegelbeeld. Deleuze noemt dat het kristalbeeld. Door video- en diaprojecties te vermengen – rechtstreeks en zonder tussenkomst van een computer – verkrijg ik een gelijkaardige optische cumul van verleden en heden. Bovendien draaien deze beelden de optische kegel om. In plaats van beelden te vergroten door de projectie, worden ze verkleind.”

Het stofje
In de twee nieuwe installaties projecteert Maire op spiegels van in- en uitschuivende vierkantjes. Zo een spiegeloppervlak van pakweg tien centimeter breed, is samengesteld uit spiegeltjes van elk een centimeter. Die zijn gemonteerd op balkjes die in en uit het oppervlak schuiven. Die gespiegelde projecties zorgen voor het soort omkeringen, herlezingen, fragmenteringen, die als een rode draad doorheen deze presentatie lopen. Zo zorgen ze voor die blik in het geheugen dat het beeld analyseert en fragmenteert.

In een ander werk projecteert hij op kleine ronde kantelende spiegeltjes, zogenaamde ‘flip dots’. In nog een ander werk projecteert hij het beeld rechtstreeks op de digitale spiegel uit een opengewerkte videoprojector. Het zorgt voor een directe ontmoeting van het analoge en het elektronische beeld dat langs daar opnieuw geprojecteerd wordt op snippers wit papier – de fragmentatie zit hier niet in de spiegel als projectievlak, maar in de snippers op de tafel. Het is pas door te schuiven met die stukjes papier dat de bezoeker het eigenlijke beeld zichtbaar maakt. Het analoge beeld (van de dia) wordt digitaal (via de spiegel) en opnieuw analoog gemanipuleerd (met de snippers).

Maire: “Uiteindelijk werken al deze installaties volgens hetzelfde principe. Ik maak zichtbaar wat fabrikanten van optische machines onzichtbaar maken. De korrels van het analoge beeld, de pixels in het elektronische beeld worden steeds kleiner. Men tracht een zo hoog mogelijke resolutie te geven aan het beeld om haar materiële eigenschappen te verdoezelen. Bij mij is het precies omgekeerd. Ik werk op een zo laag mogelijke resolutie met een zo groot mogelijke korrel en tracht zo de actuele tijd en het beeldoppervlak zichtbaar te maken. Het is zoals het stofje in de projector: dat is de actuele tijd. In plaats van dat stofje eruit te halen, ga ik het accentueren. Terwijl media erop gericht zijn de beste condities te scheppen voor de kijker om zich in het beeld te projecteren, bestaat mijn werk er precies in die projectie te beletten. Het proces overtreft hier het beeld.”

Dat proces is natuurlijk het onderwerp van de collectie Vrielynck. Even gefragmenteerd als zijn beelden, is Maire’s selectie uit de collectie. Maire koos er in de eerste plaats voor om veel te tonen. Een massa objecten die samen een beeld geven van de filmgeschiedenis. Zonder chronologie en zonder verklarende teksten transponeert hij een beeld van de eigenlijke stock. Een camera die ooit nog gebruikt werd door Stanley Kubrick staat er naast een andere die zowel kan dienen voor opname als voor projectie – de anekdote naast de techniek.

U zal zelf moeten uitzoeken over welke objecten het gaat. Zo creëert Maire een intieme relatie met het kijken. Als er een accent ligt in deze selectie, dan is het op de meer geavanceerde cinema. De vele rariteiten uit de pre-cinema blijven buiten beeld. Tenzij dan een kleine praxinoscoop, waarin de suggestie van beweging ontstaat door te kijken naar de reflectie van een beeld dat draait rond een cilinder, samengesteld uit stukken – fragmenten – spiegels.

VRIELYNCK COLLECTIE #1 Julien Maire – Mixed Memory. Tot 5 juni. FotoMuseum, Waalsekaai 47, Antwerpen. Di-zo, 10-18u. www.muhka.be
Tekeningen van Julien Maire zitten ook in ‘Graphology’, tot 27 maart in het M HKA.
Ook interessant om mee te geven: Thomas Weynants, Verantwoordelijke voor de Collectie Vrielynck, verzorgt vanaf 16 maart tot 20 april een lezingenreeks in Cinematek, Brussel: ‘Van toverlantaarn tot televisie - Kleine geschiedenis van de populaire 'kijkmedia'’. Meer inlichtingen op www.cinematek.be