pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Of zien we spoken?
Spectres van Sven Augustijnen

voor <H>art, 2011


Hij had er vorig jaar al moeten staan met deze film en deze tentoonstelling. Maar Sven Augustijnen had meer tijd nodig. ‘Spectres’ is een project van lange adem. Dat heeft niets met de lengte van de film te maken – goed anderhalf uur: dat is lang in vergelijking met vroeger werk, maar dat zit u probleemloos door. Het zit in de voorbereiding van dit werk dat past in een langere reeks rond de Belgische geschiedenis, het koningshuis en het koloniaal verleden waar Augustijnen in 2005 mee begon. We ontmoeten de kunstenaar in Brussel, overigens net nadat bekend werd dat hij de Evens Prijs voor Visuele Kunst 2011 ontvangt.

Tot 2005 maakt Augustijnen films als ‘L’École des Pickpockets’, ‘Le Guide du Parc’ of ‘Une Femme Entreprenante’. De laatste vijf jaar komt zijn werk in de vorm van documenten, foto’s en teksten. Die vinden hun weg naar tentoonstellingen, maar meer nog naar publicaties. Het begint in 2005 met ‘Panorama’, een bijlage voor de krant De Tijd over de Brusselse Europawijk. In 2007 maakt hij voor kunsttijdschrift A Prior ‘Cher Pourquoi Pas’, over de rol van de journalist in het verloop van de geschiedenis. In 2008 volgt ‘Les Demoiselles de Bruxelles’, een reeks foto’s over Congolese prostituees aan de Louizalaan en een boek waarin de paden van Leopold II en Karl Marx elkaar op verschillende manieren kruisen.
En nu is er ‘Spectres’ – de film, de tentoonstelling en het boek. Aanleiding is de ontmoeting met Jacques Brassinne. Die was in 1960 nauw betrokken bij de voorbereiding van de Congolese onafhankelijkheid en schreef de volgende dertig jaar aan een dissertatie over de moord op Lumumba waarmee hij – met grote onderscheiding – promoveerde aan de ULB. Het is die thesis die Ludo De Witte tien jaar later in twijfel trekt in het boek dat nog niet zo lang geleden leidde naar de parlementaire onderzoekscommissie over de dood van de eerste Congolese premier.
Verwacht van ‘Spectres’ echter geen les over de moord op Lumumba. Het eigenlijke onderwerp van deze film is de manier waarop de geschiedenis blijft doorleven. Dat zijn de spoken, de spectres, in de titel. Het gaat over de manier waarop verleden en heden doorlopen in elkaar en over de manier waarop verhalen worden geconstrueerd. In die constructie speelt de filmmaker zelf een belangrijke rol. De openingsscène van de film zet de toon. De reis, de ontvangst, het aperitief, het diner, de muziek, de generiek: de film zwaait open als een komedie. We ontmoeten de personages: le chevalier, le chien, les enfants, le comte, les épouses,… Het eerste gesprek gaat – in tegenstelling tot wat de tekst over de eerste beelden doet vermoeden – eigenlijk niet over de geschiedenis, maar wel over de zeden – les mœurs – en de moraal.

Het lijkt wel of we midden in een zedenkomedie zijn beland!
Sven Augustijnen: Tja, zo een dingen gebeuren tijdens het filmen. Er ontstaat een mise-en-scène, of een beter: mise-en-situation, waar bepaalde dingen zich ontwikkelen. Het is die chemie die ik probeer te creëren en te volgen. Jacques is een gids en ik ben ook een gids. Ik volg hem wel, hij stuurt mij, maar hij wordt ook door mij gestuurd. Het is een vreemde uitwisseling. Wie is de auteur? Wie is de kunstenaar? Wie is de geschiedschrijver? Dat zijn de vragen waar we na afloop mee blijven zitten. Het vervagen van die grenzen maakt enorm veel mogelijk. De fictie ontstaat met de realiteit.
Maar is het daarom een zedenkomedie? Het gaat over bepaalde beslissingen die ooit genomen werden en hoe die de personages blijven achtervolgen. Het gaat over geesten. Over een geest die een geest blijft achtervolgen.

Het komische in jouw film is uiteraard iets subtieler. Ik denk niet dat de mensen echt hard gaan lachen. Glimlachen misschien. En dan vooral nog achteraf als ze terugdenken aan de film. Je moet het eerst volledig zien om de situatie echt te kunnen inschatten.
Augustijnen: Ja, inderdaad. Voor sommigen is het allemaal nogal confronterend. Het gaat tenslotte over het leven van de doden. Hoe Lumumba en de zijnen tot hun einde komen en welke mechanismen daarin een rol spelen. Over de slachtoffers van de geschiedenis en hoe de nazaten en diegenen die er nauw bij betrokken waren, er vijftig jaar na de feiten nog steeds mee worstelen.

In je verhaal is een bepaalde rol weggelegd voor de secessie: de scheiding van de rijke provincie Katanga van de rest van het arme Congo. Het begin van federalisme, zoals wij het nu kennen in België.
Augustijnen: Dat is inderdaad zeer frappant. Het zit even in de film, maar het komt verder ter sprake in het boek, in het interview met Jacques Brassinne. Hij was secretaris van de rondetafelconferentie die de voorbereiding van de onafhankelijkheid moest regelen. Hij had contacten met alle verschillende Congolese leiders. Daar ontstond onmiddellijk een band met Tshombe en zijn streven voor een federaal Congo met een grotere autonomie voor de regio’s. De geschiedenis wil dat Jacques later één van de specialisten werd bij de voorbereidingen van de institutionele hervormingen in België. Begin jaren tachtig ging hij daarover als kabinetschef van Jean Gol. Hij sprak toen met de belangrijkste spelers in de Volksunie en andere partijen. Hij is duidelijk één van de personen binnen de Franstalige gemeenschap die het discours over federalisme in België mee heeft vormgegeven.

Je maakt ook een strategisch gebruik van Bachs Johannespassie. Je gaat daar redelijk ver in. Soms overstemt de muziek zelfs het discours van Jacques Brassinne.
Augustijnen: Ja, het lijkt soms alsof hij begint te zingen op de muziek. Er ontstaat een dialoog tussen hem en de muziek.

Van waar de keuze voor Bach?
Augustijnen: Er zitten nogal wat parallellen tussen de Johannespassie en het dossier over de moord op Lumumba. Één van de geheime codes was: “Demande accord du Juif pour recevoir Satan”. Zo vroegen ze aan Leopoldville de toestemming om in Elisabethville Lumumba te mogen ontvangen. Tshombe was de jood – de verrader, de man met het geld – en Lumumba was Satan. Die muziek van Bach werkt als een meta-laag in de film. Het evangelie van Johannes is het meest antisemitische van de vier waarin de joden verantwoordelijk zijn voor de dood van Christus. De parallel tussen het lijden van Lumumba en het lijden van Christus is natuurlijk evident. Het is iemand die is opgestaan en die gevochten heeft voor de rechtvaardigheid, tegen een bezettingsmacht, en uiteindelijk is geëlimineerd.

En voortdurend dreigt te verrijzen. Het hangt ook samen met de tragiek van een historicus als Brassinne. Het is als een lied waar hij dertig jaar op heeft geoefend. En zijn entourage is het koor, dat zijn stellingen ondersteunt.
Augustijnen: Ja, eigenlijk wordt alles gezegd in het eerste gesprek in de film. Wat daarna volgt is herhaling: strofen en een refrein. Jacques toont zich daarin als een volbloed woordkunstenaar die op een fenomenale manier met mensen kan praten.

Ja, het is indrukwekkend hoe hij erin slaagt om met dezelfde overtuiging om te gaan met zeer verschillende persoonlijkheden uit zeer verschillende kampen: de dochter van Tshombe, de weduwe van Lumumba, de graaf d’Aspremont Lynden.
Augustijnen: Maar hij blijft er wel altijd zeer open en transparant in. “On n’a rien à cacher”. Dat vind ik heel mooi, de manier waarop hij zich mee in dit avontuur gooit, in deze film, zonder echt te weten waar hij gaat uitkomen. Onwaarschijnlijk eigenlijk.

Van waar dat engagement? Heeft dat iets te maken met een geloof in het beeld? Ziet hij het als een ondersteuning van zijn geschreven thesis? Is alles daarin niet gezegd?
Augustijnen: Een geloof in het belang van het beeld in onze huidige maatschappij, dat was zeker een motief. Een thesis schrijven en verdedigen is een heel andere manier van communiceren en dient een heel ander doel dan een beeld. In die zin is hij ook heel intelligent om te zien wat de krachten en de machten zijn van de media.

En toch: veel is er niet te zien in de film. Dat is een beetje raar om te zeggen natuurlijk over een werk van meer dan anderhalf uur en met vierentwintig beelden per seconde. Maar toch. Vijftig jaar later kan je niet veel meer tonen. En het laatste moment, het moment waar de hele film naar is opgebouwd, zit ironisch genoeg volledig in de duisternis. Wat valt er uiteindelijk nog te zien?
Augustijnen: Tja, er is niets hé? Hij gaat zoeken naar een boom – die waar Lumumba tegen is geëxecuteerd – naast een termietenheuvel. Maar er zijn daar veel bomen en termietenheuvels en met het vallen van de duisternis werd de zoektocht naar die ene boom er niet gemakkelijker op.

Dan wordt die keuze voor het beeld toch een rare keuze?
Augustijnen: We kunnen dat hele onderzoek ook als een voortgezette jacht beschouwen. Ook als is Lumumba dood, wordt er nog steeds gejaagd naar de waarheid van de geschiedenis. Naar feiten, verklaringen, kettingreacties. Het vinden van die historische plekken, dat is ook een trofee. Hij is daar fier op. Hij heeft de feiten onderzocht en is erachter gekomen dat hij daar tegen die boom is neergeschoten en het bewijs daarvan is die boom. Daarom wil hij het tonen. Dat we daar uiteindelijk ’s nachts belanden, was voor hem ook evident omdat de historische feiten ook ’s nachts gebeurd zijn.

Nog een laatste vraag over een ander soort beelden. In je onderzoek en de verschillende projecten in de aanloop naar ‘Spectres’ speelt de stad een bijzondere rol. Elk nieuw bezoek aan het archief doet je op een andere manier kijken naar de stad. Het is dan ook frappant dat je in de generiek, terwijl de kijker nog niet echt beseft dat het wel om een generiek gaat, dat je daar ook twee monumenten in opneemt: de beelden van Leopold II en Stanley in Leopoldville. Door het monument op te voeren als protagonist, maak je er een geest van, die blijft doorleven.
Augustijnen: Ja, het monument is natuurlijk de representatie van de macht bij uitstek. Het monument van Leopold II dat we zien in de film is overigens een exacte kopie van het monument op de Brusselse Troonplaats. Dat is ook gegoten met koper uit Katanga. Er was metaal genoeg voor nog een extra kopie, dus hebben ze die maar gegoten. Nu staat het daar in Kinshasa, niet op de originele plaats, maar toch. Tot op heden hebben de Congolezen het nog niet gesmolten. De kadavers van Lumumba en zijn twee kompanen daarentegen, die hebben twee Belgen in stukken gesneden en opgelost in een zuurbad.

Sven Augustijnen. ‘Spectres’. Tot 31 juli. Wiels, Van Volxemlaan 354, Brussel. Wo-zo, 11-18u. www.wiels.org
De film zit integraal in de tentoonstelling, maar wordt daarnaast ook getoond in het kader van het KunstenFestivalDesArts. Raadpleeg de agenda voor juiste uren en plaatsen: www.kfda.be
Meer over de Evens Prijs voor Visuele Kunst staat hier: www.evensfoundation.be/nl/prijzen/visuele-kunst/2011

hier staat iets meer over de film