pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Het einde van de pixel?
Stefaan Quix bij iMAL

voor <H>art, 2011

 



Postdigitaal, zo wordt hij wel eens genoemd. Of postminimaal, kan ook. Hippe labels voor redelijk onhip (posthip?) werk. Labels waar je veel achter kan zoeken, maar zelden iets achter vindt. (Post?)ironisch misschien, maar wel heel geschikt voor het werk van de Brusselse kunstenaar Stefaan Quix.

Quix (1967) is geïnteresseerd in wat verschijnt. De pixel in het beeld, de ruis in het geluid. Hij toont wat verdwijnt. De pixel op de iPod, de binnenkant van de pc. We kennen hem in de eerste plaats van het grote, explosieve werk. Op die schaal werken zijn mediale deconstructies het best. Tot nu toe toch.
Met ‘Stereo’ vulde hij tijdens het recentste Artefactfestival en samen met Ludo Engels een volledige kamer met tientallen gedemonteerde pc’s uit de Leuvense kringloopwinkel: het toont de analoge inhoud van de digitale machine. Er was ook geluid bij: heel klein – zoals de eerste drie honderdsten van een cd – maar wel sterk vergroot – zoals duizend keer luider. In ‘Three Monochromes: RGB’ vullen drie grote schermen zich in een tijdsspanne van goed vier uur met grote rode, groene of blauwe pixels om daarna aan hetzelfde tempo weer terug te keren naar het zwart van het beginscherm. ‘Not With A Bang But With A Whimper’ is een trage zoom, vijftig minuten lang, weg van een tv-scherm met analoge ruis.

De wachtzaal
Bij iMAL brengt hij nieuwe versies van die twee laatste werken. Hij doet dat in een onverwacht formaat. Vier schermpjes, ingekaderd als schilderijtjes hangen in het kamertje voor de eigenlijke tentoonstellingsruimte – een tentoonstelling in de wachtzaal. De schermen waar hij in andere omstandigheden zijn pixels op uitvergroot zijn hier vervangen door drie iPod’s en een iPad. Het lijkt een proloog, maar is wel degelijk een epiloog: post, wat volgt op het eerdere werk.
Er zit een geschiedenis achter. Quix wou een dvd versie maken van ‘Three Monochromes’, maar merkte dat door de noodzakelijke beeldcompressie de scherpte van het pixelraster verdween. Dit werk functioneert met andere woorden enkel als installatie. En het dichtste dat je bij de consument kan raken is dan waarschijnlijk de commerciële hardware die hij hier gebruikt.
Het unieke aan de nieuwste iPod Touch is dat die zoveel – en dus zo kleine – pixels heeft, dat ze verdwijnen: ‘Retina Display’, zo noemen ze dat heel gevat bij Apple. Het strakke raster van de projectie krijgt iets van een scherpe waas op deze schermpjes. Het resultaat lijkt meer op een zeer fijn geweven tapijtje waarin de kleurtjes zachtjes door elkaar lopen. Zo ziet de postdigitale wazigheid eruit. De dood van de pixel (aangekondigd door Apple) weer tot leven gebracht (door Quix).
Quix gebruikt drie keer hetzelfde algoritme in drie verschillende versies. Één in de traditionele RGB-kleuren, zoals op elk elektronisch apparaat. Één in CMYK, de combinatie voor drukwerk – analoger kan je moeilijk gaan. En nog één in BOP, dat staat voor Bleu-Orange-Pink, de combinatie waar Quix op uitkwam door de drie RGB assen een hoek van vijfenveertig graden te kantelen. Om de seconde kiest het algoritme een willekeurig vierkant en zet er een willekeurige kleur in. In cycli van negen uur gaat het van zwart tot zwart. Daartussen verschijnt en verdwijnt steeds meer kleur en licht.
De ingekaderde iPad aan de andere muur toont de analoge pendant van de monochromen (die hier al lang niet meer monochroom zijn: postmonochroom eigenlijk). Met een geprogrammeerde lens die langzaam uitzoomt van het beeld van een traditionele tv filmde Quix zijn elektronisch landschap. Het verschil met de traditionele tv is de beeldverhouding van de iPad: 16:9, of de ratio van het digitale tijdperk (tv was oorspronkelijk 4:3). Het accentueert het gevoel van het landschap. Ook de snelheid is aangepast en evolueert van 1 beeld per 8 seconden in het begin van de video naar 25 beelden per seconde – de geijkte beeldsnelheid op tv – vierendertig minuten later. En er is een belangrijk verschil met de iPod: de iPad heeft – slechts – 170 pixels per inch (de iPod heeft er 330) waardoor de individuele pixels wel nog zichtbaar zijn voor het oog. Het zorgt voor een nieuwe dimensie in de gefilmde pixels van de analoge ruis. Er ontstaat een schemerzone tussen de elektronische en de digitale pixel. Dit is kunst van de tussentijd, de mediatijd. We zijn nog verre van het posttijdperk. Deze epiloog is nog altijd ook een proloog.

Stefaan Quix. ‘The Death and Resurrection Show’. Tot 4 november. iMAL, Koolmijnenkaai 30, Brussel. Wo-vr, 12u30-18u en op afspraak. www.imal.org