pieter van bogaert
pieter@amarona.be

BEELD – HUIS – CHAOS
Over Maelstrom van Roman Kirschner

voor Maelstrom (revolver books)




Beeld – skelet – lichaam
Het eerste wat je ziet is een beeld. Een vuilwit vlak met een zwarte streep onderaan. Alsof Malevich’ zwart vierkant is uitgelopen naar de onderkant van het schilderij. Het ontwaakt onderaan links. Het geluid, de beweging; het doet denken aan een scanner. Het baant zich een weg door de zwarte strook. En dan gaat het naar boven. Het trekt zwarte lijnen in het vuile wit. Het tekent en het veegt uit. Als een stofzuiger die ook stof spuit. Het vult het scherm met sporen van magnetiet, een zeer fijn en magnetisch poeder – eerste beweging. Het veegt de sporen uit – twee bewegingen ineen. Een tekening die even snel verschijnt als ze verdwijnt. Het lijken wel fractals die zichzelf creëren en opnemen.
Het beeld vult een scherm. Het geeft het een extra dimensie. Met wat goede wil doet het vaag denken aan de nieuwe flatscreens in onze huiskamers. Alleen de vorm, de verhoudingen, de diepte, de hoogte zijn anders dan wat we gewoon zijn. Het zit in een kast, een vrij massief meubel, om aan de muur te hangen: meer object dan scherm. Het is gevuld met een mengsel van water en glycerine: meer aquarium dan tv. Achter het scherm zit een magneet, gestuurd door een mechanische arm: een skelet verbonden met een computer. In de vloeistof zit dat zwarte metaalpoeder. De magneet is niet zichtbaar, maar wel voelbaar: door de bewegingen op het scherm en door het geluid erachter. Of door het zoeklichtje dat bij momenten schijnt in de duisternis.
Het resultaat van deze assemblage is een dynamische sculptuur, zoals Roman Kirschner er eerder maakte: ‘Roots’ bijvoorbeeld, waarin levende kristallen samenklitten en geluid produceren, of ‘Still Life’, zijn video met een geanimeerde tandpastasculptuur. Het heeft iets van een vivarium, zoals – opnieuw – ‘Roots’. Deze dynamische sculptuur is een installatie die wil leven. Volledig geprogrammeerd en toch met een eigen wil. Een geheel van factoren dat onmogelijk volledig is te controleren: de computer, de magneet, de vloeistof, het stof, de zwaartekracht zorgen voor steeds nieuwe combinaties. Ze animeren de vertoning. Het is een wereld (“een wereld”, dat is de term die Roman Kirschner ook gebruikt als hij het heeft over ‘Roots’). Het is een cyclus, een leven, waarin dingen voortdurend komen en gaan. Een hardnekkige tussenin toestand van de- en regeneratie. Het is een lichaam: altijd in beweging, waarbij elk nieuw einde staat voor een nieuw begin, voor het moment waarop het object volledig samenvalt met zichzelf – een voortdurend subjectiveren.

Lichaam – huis – universum
Dit beeld en dit skelet vormen samen één lichaam. Ze bevatten, verbergen, verwerken, verwekken, volgen en imiteren elkaar. De herhaling, de cyclus, keert terug op verschillende niveaus. Het hangt ervan af waar je kijkt: naar het beeld, het scherm, de installatie. Of hoe je kijkt: naar de tekening, naar de beweging, naar het geheel. Die cyclus is essentieel voor een goed begrip van ‘Maelstrom’. Het is een voortdurend herbeginnen van programma’s, van reeksen, van informatie. En toch ziet het er altijd anders uit. In een korte programmatekst voor het werk heeft Roman Kirschner het over de overvloed aan informatie – altijd hetzelfde, anders. Dit is zijn antwoord op dat gevoel. Tegenover de fysieke, lichamelijke afkeer van de kijker voor het tv-beeld, zet hij de hypnotiserende, regenererende aantrekkingskracht van dit autonome beeld. Dit lichaam dat biologeert.
De magneet heeft een nest. Noem het haar huis. Daar begint en eindigt elke cyclus. Het zorgt voor een gevoel; noem het geborgenheid. Het maakt van de magneet een bezielde creatuur. Er ontstaat een verwantschap. Soms mengt zich een geluid van gezucht en gekreun met het geluid van de machine. Het mechanische geluid van de armen die de magneet bewegen en de pomp die de aan- en afvoer van magnetisch poeder regelt, vermengt zich met een soundtrack. Concrete geluiden – iets wat lijkt op grint onder de voeten, op zuchten of kreunen – krijgen soms kosmische proporties. Ze passen zich aan, aan het beeld. Ze maken dit werk tot een universum. Ze geven dit universum een geest, een gevoel, een affect. Het animeert de technologie.
Dit universum is een verzameling van losse elementen: een scherm, een vloeistof, wat stof en een magneet. Een constructie van armen die bewegen, een pomp die aan- en afvoert, een computer die stuurt. Zo ontstaat een beeld, een geluid, een soundtrack. Zo ontstaat een commentaar, een kijker, een circuit. Zo ontstaat een cyclus met voorspelbare bewegingen en details die er elke keer anders uitzien. Zo ontstaat een houding, een gevoel, een verwachting. Een object, een subject, een assemblage. Angst, fascinatie, respect. Al die elementen samen vormen ‘Maelstrom’: een doos die dingen toont en andere dingen niet. Je kan er veel op projecteren, of ook niet. Denk aan een Rorschachtest. Of denk aan Frank Stella en zijn antwoord op de vraag wat er te zien was in zijn werk: “What you see, is what you see”. Dat was zijn antwoord. Tautologie of synergie? In zichzelf geplooid of naar buiten gekeerd? Perceptie of projectie? Hetzelfde of altijd anders?

Universum – structuur - chaos
Dit universum draagt de hele wereld in zich. Het is een zwart gat dat alles opslorpt. Een zwarte zon. Één wiens stralen niet naar buiten gaan, maar wel naar binnen. Wat ze geeft, neemt ze onmiddellijk weer terug. Groeien is meteen ook krimpen. Tekenen is onvermijdelijk ook uitvegen. Weggaan is altijd al terugkeren. Elke nieuwe tekening degenereert onmiddellijk: een gevolg van de zwaartekracht die het stof naar beneden trekt. Stijgen is meteen ook vallen. Elk ontwaken draagt de dwangmatig belofte van een nieuwe slaap. Elk begin is een eind en elk eind een nieuw begin. Zo werkt dit universum. Een universum dat zijn eigen doel voortdurend negeert.
Dat spel van geven en nemen, die terugkeer van komen en gaan, zit altijd al vervat in de naam. ‘A Descent into the Maelstrom’, het verhaal van Edgar Allen Poe dat een deel van haar titel leende aan dit werk, aan dit universum, aan deze structuur, is een verhaal over angst voor de diepte. U kan het lezen in dit boek. Het gaat over de diepten van de draaikolken voor de Noorse kust. Het gaat over de angst voor de afgrond, maar evenzeer over de fascinatie voor het ongekende. Het gaat over de bewegingen van de zee. Het gaat over vissers die steeds opnieuw uitvaren en die – aangetrokken, als magneten – steeds opnieuw weerkeren naar de haven. Ze maken plaats voor de Maelstrom die voortdurend komt en gaat. Het gaat over de herhaling, de cyclus van eb en vloed, van dag en nacht. En het gaat vooral over die ene kans, die ene keer dat het mis loopt en de schippers meegezogen worden in het diepste der diepten. Die kans, dat gaat over het sublieme. Over de angst in elke verwondering. Over wat overweldigt.
Zo antwoordt ‘Maelstrom’ op de overdaad. Het is een poging om orde te brengen in de chaos. Het is het werk van een regisseur. De kunstenaar is de persoon die dit ubiversum, deze structuur, deze chaos heeft bedacht en gecreëerd. Hij heeft ervoor gezorgd dat de magneet start en stopt. Dat de bewegingen schokken. Alsof een niet aflatende twijfel de magneet dwingt te beslissen – links, recht, boven, onder,… – en zoeken. Maar zoeken naar wat? Iets anders? Zichzelf? Deze magneet holt zichzelf achterna, ze verliest zich in de eigen chaos. Ze ordent zonder ophouden. Ze hertekent haar eigen tekening, haar eigen beweging. Nooit tevreden, nooit rust. Soms laat ze los. Dan verschijnt er een licht, een verlichting, in de diepte van de duisternis. Alsof de magneet afstand neemt, om beter te kunnen zien. Of om iets te tonen. Iets dat ons aanbelangt (of aankijkt, zoals in het Frans: ça nous regarde). Dat het licht weer verdwijnt. Dat de zon weer zwart wordt. De chaos weer beeld.

Die chaos, dat is dit beeld.