pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

The missing link
Tina Gillen in Mudam Luxemburg

voor H-art

‘Playground’, de tentoonstelling van Tina Gillen (ze is Luxemburgse, maar woont in het Brusselse) is, meer dan een overzicht, een overgang. Deze tentoonstelling houdt het midden tussen de retrospectieve terugblik en de actuele momentopname. De formaten gaan van net geen miniatuur (een reeks bestaande werken op papier) tot net niet monumentaal (een nieuw werk, geproduceerd voor Mudam). Die tussenpositie lijkt ambigu, maar dringt wel door tot de kern van haar werk. Wat niet altijd zichtbaar is, is daarom niet minder aanwezig.

Haar tentoonstelling is genoemd naar een werk uit 2005. ‘Playground’ toont een klimrek, dat verwijst naar de Hitchcockfilm ‘The Birds’. Tina Gillen maakt in 2006 een tweede versie van dat klimrek, maar nu in roestvrij staal. Dat noemt ze ‘Monkey Bars (Playground)’. Dat werk is hier niet te zien, maar het helpt wel om het nieuwe werk te begrijpen. Het is het tussenwerk, de missing link die het impliciete expliciet helpt maken.
Haar nieuwe werk en blikvanger in de tentoonstelling verenigt iets van beide beelden en technieken. ‘Monkey Cage (Panorama)’ toont een doek van goed twintig meter lang en een flinke drie meter hoog. Het is gemonteerd op een houten structuur. Die structuur is zichtbaar door de poten die onder het doek uitsteken en door de verstevigde achterkant die je ziet bij het binnenkomen. Het werk staat zo opgesteld dat elke bezoeker eerst de structuur ziet, de sculptuur, en dan pas het doek.
‘Playground’, het doek uit 2005, en ‘Monkey Bars (Playground)’, de sculptuur uit 2006, hebben iets Escheriaans. Het flirt met het oneindige, het speelt met de herhaling. Het zit in de constructie van het beeld, maar ook in de filosofie van het klimrek: altijd dezelfde handelingen in altijd dezelfde speeltuinen. Het doet denken aan de school, aan het apenkot, aan de herhaling in ‘Monkey Cage (Panorama)’. Het verwijst naar een diepere laag onder de oppervlakte.

Textuur
De doeken van Tina Gillen combineren een technisch en een psychologisch verhaal. Zij is meesteres van de textuur en kunstenares van het on(der)bewuste. Haar techniek is er een van verf aanbrengen en weer afvegen. Altijd diezelfde handeling, zoals in de speeltuin, zoals op de school, zoals in het apenkot. Elke nieuwe laag is een vraag die ze beantwoordt door ze uit te vegen. Wat rest zijn dunne laagjes. Samen vormen ze een vlakke diepte.
Haar techniek is altijd zichtbaar. Soms komt het antwoord dat zich over het doek veegt van buiten. Helemaal in de hoek van ‘Monkey Cage (Panorama)’ zit de afdruk van een raam. Het zijn de sporen van de zon die in haar atelier over het doek schuurt en zo de verf plaatselijk droogt. Het zijn sporen van een techniek, van een omgeving, van een moment.
Je ziet het ook in de verf die omhoog (!) druipt in ‘Berge’ (1998). Het zit in de fijne witte lijntjes van de weggetrokken tape in ‘Swimming Pool’ (2008). Of in de glanzend rode tape die ze plakt op ‘Structure’ (2011), in de meegetrokken kleuren van ‘Beams’ (2003) en ook nu weer in de sporen van minuscule spatjes. Alsof ze de verf met een zeefje aanbrengt op dit immense doek. De textuur is zo dun, dat het bij momenten wel gedrukt lijkt.

Structuur
Je moet dichterbij komen om de textuur te zien. Je moet afstand nemen voor het effect van de diepte. Afstand nemen om deel te worden van het beeld. Zo is het ook bij het negentiende-eeuwse panorama dat de toeschouwer centraal plaatst in het midden van de ruimte: in een gebouw speciaal ontworpen voor het schilderij. Het decor dat dikwijls werd opgetrokken op de voorgrond van het eigenlijke doek, belet de toeschouwers dichterbij te komen. Het trekt het schilderij de ruimte in en betrekt de toeschouwer in het doek.
De kracht van dit beeld zit in de suggestie. De boog is niet rond; het geeft slechts de aanzet van een cirkel. Dit doek heeft geen eigen gebouw, zoals het historisch panorama, maar slechts een houten structuur; een staketsel. Er is geen decor, enkel de lege zaal van het museum met de andere doeken aan de muur. de toeschouwer staat niet centraal, maar wel aan de kant. En toch werkt het als een echt panorama dat doek en kijker naar elkaar toetrekt door afstand te nemen.
De herhaling zit verwerkt in het beeld, en niet in de gesloten cirkelvorm van het originele panorama. Niet in het midden, maar ergens onderweg, spiegelt Tina Gillen haar beeld. Het is geen identieke afdruk – als een rorschachtest – van de ene zijde op de andere. Het is een overgeschilderd beeld, vakkundig gekopieerd, met alle afwijkingen die daarbij horen. ‘Monkey Cage (Panorama)’ is een beeld in wording, een tussenbeeld: de missing link die de weg wijst naar het panorama.

Schriftuur
Het panorama is natuurlijk de voorloper van de cinema, die laat-negentiende-eeuwse uitvinding. Het toont nogmaals de filmische invloed in de schriftuur van Tina Gillen. Haar beelden zitten vol beweging. Ze tonen ruimtes die uitnodigen tot beweging: het apenkot, het klimrek, de weg (‘U-turn’, 2001), de skatepiste (‘Skatepark II’, 2007). Of het zijn ruimtes met de suggestie van de reis: de postkaart, het landschap, …
Het zit allemaal vervat in het eerste werk: ‘Playground’. Meer nog dan het landschap, de weg, de reis in het klimrek, zit het in de verwijzing naar Hitchcock, maar dan zonder de vogels. Die afwezigheid (van de vogels in ‘Playground’, van de apen in ‘Monkey Cage (Panorama)’ en van de mensen in alle andere beelden) raakt de essentie van dit werk. De uitveegtechniek van Tina Gillen is een striptechniek: de kracht zit in de suggestie. In de missing link.

Tina Gillen. Playground. Tot 13 mei in Mudam, Park Draï Echelen, Luxemburg. Wo-vr, 11-20u; za-ma, 11-18u. www.mudam.lu