pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Pleisters voor de ogen
Chris Marker in Bozar

voor H-art, 2018








Het beeld achtervolgt me al enkele weken. Lang voor de opening van de tentoonstelling zie ik het in mails, op websites, op affiches en in folders. Het toont een man in een hangmat met een masker voor de ogen – zo een masker dat mensen dragen in het vliegtuig als ze willen slapen. Het masker heeft geen beschermhoes. Je zit direct op de witte mousse vulling. Op die mousse zitten twee draadjes. En op die draadjes, om ze goed op hun plaats te houden: twee pleisters. Het duurt even eer ik het begrijp. Maar dat toont dit beeld: pleisters voor de ogen.
Het beeld komt uit ‘La Jetée’ (1962), één van de cultfilms van Chris Marker. Chris Marker maakte wel meer films met een cultstatus, zoals ‘Le Fond de l’air est rouge’ (1977) of ‘Sans Soleil’ (1983). In elk van die films staat het geheugen centraal: wat geweest is, wat is en wat zal komen. Want het geheugen werkt bij Marker in verschillende richtingen. Dat zegt ook de titel van de tentoonstelling: ‘Memories of the Future’.
“De toekomst is beter beschermd dan het heden”, klinkt het in ‘La Jetée’. Daarvoor dienen die pleisters: om wat gebeurd is te beschermen voor wat komt. De man op de affiche is het onderwerp van een experiment in anders kijken. De draden onder die pleisters verbinden hem met een andere tijd, een andere plaats, een ander geheugen. Hij kijkt voor- en achteruit en raakt zo vanuit de oorlog in vredestijd (de film speelt zich af voor, tijdens en na de derde wereldoorlog). Je denkt, beïnvloed door het Duits van de onderzoekers: hersenspoeling. Maar het juiste woord is eigenlijk: beeldenspoeling.
Zo is deze tentoonstelling over Chris Marker. Als een beeldenspoeling, waarin de beelden slaan en zalven tegelijk. Ze tonen het beste en het slechtste van zijn tijd, het mooiste en het lelijkste, het zachtste en het hardste. Zijn tijd? Dat is de twintigste eeuw: de eeuw van de cinema. Centraal in die eeuw? Dat is de tweede wereldoorlog. Dat uitgangspunt deelt Marker met een filmmaker als Jean-Luc Godard (in ‘Histoire(s) du cinéma’) en een filosoof als Gilles Deleuze (in zijn cinemaboeken, ‘L’image-mouvement’ en ‘L’image-temps’). Net zoals Godard en Deleuze probeert Marker zijn eeuw te denken vanuit de cinema. En net zoals bij Godard is elk van zijn films een uitnodiging om mee te denken.
Marker is een multimediakunstenaar uit een tijd toen dat woord nog niet bestond. ‘La Jetée’ (integraal op groot scherm in de tentoonstelling) is de eerste film in de geschiedenis, volledig gemaakt met foto’s: de betekenis van de foto’s vindt Marker tijdens de montage van de film, door te kijken. ‘Le Fond de l’air est rouge’ (ook in de tentoonstelling, op groot scherm, integraal: drie uur lang) is een archieffilm (wat we vandaag zouden benoemen met de Engelse term ‘found footage’). Marker duikt in vergeten filmblikken op de rekken van zijn kantoor en vindt opnieuw betekenis in de beelden tijdens het maken van de film. “On ne sait jamais ce qu’on filme”: tot je ernaar kijkt. Het resultaat is een monumentale film over het communisme in de jaren zestig en zeventig. In ‘Sans Soleil’ (niet in de tentoonstelling, maar wel deel van een apart filmprogramma in Bozar) werkt hij drie jaar later verder aan het genre dat we vandaag kennen als het audiovisueel essay: persoonlijke beschouwingen over zijn wereld (en altijd maar meer: zijn medium) die het midden houden tussen realiteit en fictie, tussen wat was en wat komt, tussen het persoonlijke en het algemene.

Filmschool
Marker moet het allemaal zelf ontdekken. Zoals vele filmmakers uit die tijd gaat hij nooit naar de filmschool. Vandaag is zijn werk verplichte kost op elke filmschool. Marker leerde levenslang, door goed te kijken. Voor zichzelf: zoekend naar het beste materiaal. Hij werkte met foto’s, op Super8, op 16mm of 35mm-film en was er als de eerste bij om de nieuwe mogelijkheden van het elektronische en digitale beeld te verkennen. Zijn recentere werken werden gepubliceerd op cd-rom of rechtstreeks op het internet (zoals zijn online tentoonstelling op het webplatform Second Life).
Marker was een school voor zichzelf, maar ook voor de anderen. Als hij in de jaren zestig gaat filmen in een textielfabriek in Besançon wordt het voor de arbeiders snel duidelijk dat niemand kan filmen in hun plaats. Waarop Marker, net als Godard trouwens, de camera doorgeeft aan de arbeiders. De filmmakers geven niet enkel de camera’s door, maar gaan geregeld ook naar de fabriek voor workshops met de arbeiders. De arbeiders komen op hun beurt naar Parijs om er te assisteren bij de montage. Zo revolutionair is de militante film in die tijd.
De filmende arbeidersgroep is genoemd naar de sovjetcineast Alexander Medvedkine. Godard doet rond die tijd iets gelijkaardigs met zijn Groupe Dziga Vertov. Medvedkine reisde in de jaren dertig door de Sovjet-Unie met een trein omgebouwd tot mobiele bioscoop en bracht de cinema zo naar het publiek. Ook dat is deel van de les van Marker: zijn films worden niet enkel getoond in de bioscoop. Hij toont ze in de fabriek, in het museum, op tv, op cd-rom en uiteindelijk ook op het internet.
Een medium dat niet mag ontbreken in dit lijstje is het boek. Daar begint alles voor Marker, die eerst schrijver was voor hij beelden begon te maken. Zijn eerste en enige roman, ‘Le coeur net’, wordt gepubliceerd in 1949. In de jaren vijftig maakt hij voor de Franse uitgeverij Seuil de reeks ‘Petite Planète’: geen echte reisgidsen, maar “l’equivalent de la conversation que vous aimeriez avoir avec un homme intelligent et connaissant bien le pays qui vous intéresse”. Het is in die periode ook dat hij zijn eerste films gaat maken. Reisfilms natuurlijk, geïnspireerd door het geschreven woord, zoals ‘Lettre de Sibérie’ of ‘Dimanche à Pékin’. Zijn eerste grote film, ‘La Jetée’, (en eigenlijk mogen we zowel ‘groot’ als ‘film’ tussen aanhalingstekens zetten: een werk van nog geen dertig minuten met geen enkel bewegend beeld) noemt hij een Ciné-Roman. Vele jaren later zal de film overigens ook in boekvorm verschijnen. En nog enkele jaren later ook op cd (hetzelfde gebeurde met Godard’s ‘Histoire(s) du cinéma: eerst op video, dan in boekvorm, dan op dvd en tenslotte op cd: film om naar te luisteren). Marker zal altijd een schrijver blijven die zich toelegt op het beeld. Die relatie tussen het woord en het beeld mondt uiteindelijk uit in het genre dat voor altijd met zijn naam verbonden zal blijven: het audiovisueel essay.

Oorlogen en utopieën
De eeuw van Marker is er geen om vrolijk van te worden. Het is een eeuw van zich herhalende oorlogen en van mislukte utopieën. Een eeuw van slaan en zalven, en je vraagt je voortdurend af of die pleisters wel volstaan. Natuurlijk niet. Er is meer nodig. Er is nood aan fictie, de mogelijkheid van iets anders, net zoals er nood is aan schoonheid om in te geloven, aan poëzie, en vooral: veel humor. Ook daar speelt zijn medium een grote rol. Met Alain Resnais, met wie hij één van zijn eerste films zal maken (‘Les statues meurent aussi’, uit 1953, over de erfenis van het kolonialisme en de derde film die u integraal kan zien in de tentoonstelling) maakt hij in de jaren vijftig een reeks voor de publieke omroep: luisteraars bellen met hun dromen naar de radio die de cineasten vervolgens verfilmen voor de televisie. Zo werken die media uit het elektronische tijdperk: met episodes, afleveringen die zicht geven op de mogelijkheid van een vervolg, op telkens een andere mogelijkheid, een andere werkelijkheid, een andere droom.
Een lach en een traan, dat krijg je met die films van Marker. Dat verbergt zich achter dat masker met die draadjes en die pleisters. De fictie – het masker – begint bij de naam: Chris Marker is in 1921 geboren als Christian Bouche-Villeneuve. Hij sterft in 2012, op de dag van zijn tweeënnegentigste verjaardag, met nog een twintigtal andere pseudoniemen. Daaronder Michel Krasna, die regelmatig op de generiek van zijn films verschijnt als de componist, of Kosinki die de films post op zijn persoonlijke YouTube-kanaal. Of Guillaume en Egypte, zijn alter ego als kat, die niet enkel opduikt in zijn eigen werk, maar ook meer en meer daarbuiten: op de muren van Parijs tot Brussel of in betogingen tegen de oorlog in Irak. Zijn slogan? ‘Make cats, not war’!
Tijdens zijn leven ontstaat zo een ware mythevorming rond de persoon van Marker. Foto’s van hem zijn naar verluid onbestaande, biografische details schaars. Het is de verdienste van deze tentoonstelling om die mythe te doorbreken met veel foto’s van de kunstenaar op veel verschillende momenten en in verschillende situaties, gekoppeld aan veel biografische details. Marker ligt natuurlijk zelf aan de basis van die mythe. Hij creëert zijn eigen fictie. Hij kiest de pseudoniemen die hem het beste passen: de naam Marker kiest deze globetrotter omdat het lekker bekt internationaal. Met de cd-rom ‘Immemory’ werkt hij tegen het einde van een lange carrière mee aan de fictie van zijn leven: zijn biografie als kunstenaar. Ook de lang volgehouden weigering om werk te tonen van voor 1962 is deel van het zorgvuldig opgebouwde beeld van de filmmaker. Jaren zoeken we vergeefs naar een kopie van ‘Description d’un combat’ (1960), waarin Marker zijn geloof in de maakbaarheid van de Israëlische maatschappij uitspreekt. Die film, net als andere films over andere maakbare maatschappijen (‘Cuba si!’ - 1961), werd te snel ingehaald door de geschiedenis en was teveel slachtoffer van zijn jeugdige enthousiasme.

Enthousiasme
Nochtans is Marker dat enthousiasme nooit verloren. Kijk naar al het werk dat hij maakt op 70-, 80- of 90-jarige leeftijd. Hij werkt dan veel thuis in zijn studio, omringd door tv’s, computers, dvd’s en boeken. ‘Level 5’ maakt hij in 1996 als een film “à deux mains”, met de actrice Catherine Belkhodja voor zijn computerscherm in een ruimte van amper 4 vierkante meter. Ondertussen reist hij wel nog naar de Balkan om er de blauwhelmen te filmen. Hij blijft zich verdiepen in de nieuwste technologieën en maakt zijn ultieme poëtische werk dankzij die technologie: de fotoreeks in de Parijse metro met een kleine camera op het montuur van zijn bril, of de filmpjes als vignetten van het alledaagse leven op zijn YouTube-kanaal.
Deze tentoonstelling presenteert zich uitdrukkelijk niet als een retrospectieve. Het mag duidelijk zijn dat Marker – zelfs zeven jaar na zijn dood – niet opgezet zou zijn met zo een definitief verhaal over zijn leven. Dit verhaal is niet afgesloten. Ontsloten misschien, met de schenking van zijn archief aan de Franse Cinémathèque. Maar afgesloten allerminst. Te veel filmmakers beroepen zich nog altijd op zijn werk en werken verder aan zijn erfenis. Meest prominente voorbeeld is de Britse Otolith Group, rond Anjalika Sagar en Kodwo Eshun. Hun eerste film, ‘Otolith 1’, is onmiskenbaar geïnspireerd door ‘Sans Soleil’. Ze werkten ook samen met Chris Marker voor ‘Inner Time of Television’, een installatie waarin ze de dertien delen van Markers tv-serie ‘L’héritage de la chouette’ hernemen. Die installatie was ook deel van hun tentoonstelling voor de Turner Prize in 2010.
Je wordt niet vrolijk van de geschiedenis van de twintigste eeuw, van al haar dromen en mislukkingen. Je wordt niet vrolijk van de toestand vandaag. Je moet bijna huilen als je kijkt naar het enthousiasme en de (internationale!) solidariteit tussen de arbeiders in de jaren zestig en zeventig en bedenkt hoe die beweging vandaag is ingehaald door de angst en het nationalisme van het Front National. Dan besef je dat de eeuw van Marker, zijn geschiedenis, gemaakt is door mensen. Chris Marker is er één van. Hij toont dat het anders kan. Ook vandaag nog.

Chris Marker. ‘Memories of the Future’. Tot 6 januari 2019 in Bozar, Ravensteinstraat 23, Brussel. Di-zo, 10-18u (do, tot 21u). www.bozar.be