pieter van bogaert
pieter@amarona.be

 

Publieke geheimen en een geheim publiek
‘Convictions’ van Sharon Daniel

voor Courtisane, 2013

also exists in English


‘Convictions’ heet de tentoonstelling van Sharon Daniel in Stuk. Het is een misleidend meerduidige titel, invulbaar op verschillende manieren. Je kan het vertalen als ‘veroordelingen’ (als het over gevangenen gaat), als ‘overtuigingen’ (als het over de keuze voor een systeem gaat) of als ‘schuldverklaringen’ (dan gaat het verschillende richtingen uit: het hangt ervan af aan welke kant je staat). Die betekenissen zijn inwisselbaar. Dat is ook de uitnodiging in deze tentoonstelling: om van plaats te wisselen, je te verplaatsen in personages, ruimtes en situaties. Het betekent jezelf opzij zetten én naar voor schuiven; afstand nemen én toenadering zoeken. Elke verplaatsing zorgt voor een andere betekenis. Elke betekenis zorgt voor haar eigen waarheid.
‘Convictions’ verzamelt vier recente werken: ‘Public Secrets’, ‘Blood Sugar’, ‘Inside the Distance’ en ‘Undoing Time’. Als Daniel in het eerste werk vertrekt van de publieke geheimen van de gevangenis, dan gaat het tweede werk over het geheime publiek van de druggebruikers. Het is aan de inwisselbaarheid van dat publiek(e) en dat geheim dat ze in elk van deze vier werken een plaats geeft. Ze geeft het een lichaam: iets dat tastbaar en zichtbaar maakt. Ze creëert een uitwisseling: een inwisselbaarheid die ontstaat uit en leidt tot het veranderen van plaats, lichaam en blik.

Plaats
De gevangenis speelt een grote rol hier. ‘Public Secrets’ is een website, geconstrueerd rond gesprekken met gedetineerden in de Central California Women’s Facility, de grootste vrouwengevangenis in de VS. ‘Blood Sugar’ is een online archief van gesprekken met gewezen en huidige druggebruikers: elk van hen komt vroeg of laat in aanraking met de gevangenis (één op vier van alle Amerikaanse gevangenen zit voor drugsgerelateerde zaken). ‘Inside the Distance’ – waarvoor het onderzoek start in Leuven – is een archief van video’s rond bemiddeling tussen daders en slachtoffers: een mogelijkheid die sinds 2005 bestaat in het Belgische recht. ‘Undoing Time’ verzamelt video-interviews met en bewerkte producten van ex-gevangenen.
De gevangenis is een plaats. Het is ruimte: te veel (gevangenissen voor een maatschappij) en te weinig (cellen voor gedetineerden). Het is een voorbeeldruimte: straffen dienen er als afschrikking, als les (of: als correctie). Het is een gebouw dat intimideert. Het is een symbolische ruimte: onzichtbaar, achter hoge muren. Aan de binnenkant wachten onzichtbare bewakers achter monitors, camera’s en spiegelglas.
Die aan het oog onttrokken – en dus: voor het publiek geheime – ruimte wordt hier concreet gemaakt. Niet met beelden – de enige camera’s in de gevangenis zijn die van de bewakers – maar wel met woorden. ‘Public Secrets’ verzamelt vijfhonderd fragmenten van gesprekken met gedetineerden. Hun stemmen en verhalen belichamen de vrouwen aan de binnenkant. Maar even belangrijk is Daniel’s eigen stem. Net als in ‘Blood Sugar’ geeft ze zichzelf een plaats tussen de mensen die ze interviewt en beweegt zo tussen het objectieve en het subjectieve.
Die heen en weer beweging tussen ruimtes en posities is essentieel. Van de kunstenaar gaat het naar de gevangene (‘Public Secrets’); van de verslaafde naar de zorgverlener (‘Blood Sugar’); van de dader naar het slachtoffer (‘Inside the Distance’); van de binnenkant naar de buitenkant (‘Undoing Time’). Daniel zoekt haar plaats tussen al die personages en ruimtes. Zij is geen neutrale figuur, maar maakt wel plaats voor de ander. Ze noemt zichzelf een context provider. De content komt van de ander (die ze ook zelf is).
De databases in ‘Public Secrets’, ‘Blood Sugar’ en ‘Inside the Distance’ zijn ruimtes om in te navigeren en te transformeren. Dat laatste is belangrijk. De accenten, de inhoud, de vorm van deze verhalen veranderen naargelang de manier waarop de gebruiker zich erdoorheen beweegt. Door verbindingen te maken ontstaan nieuwe relaties die zich voortdurend blijven besmetten. De twee eerste databases zijn volledig beschikbaar online, het laatste zal dat op termijn ook zijn: ook dat is een manier om publiek te maken wat verborgen is. Het maakt geheimen publiek maar verbindt ook naar geheime publieken. Want het internet lijkt wel een publieke ruimte, niet elk publiek heeft toegang tot het internet. Dat leerde Daniel in haar werk met gevangenen en verslaafden.

Lichaam
Daniel creëert een tussenruimte, een ruimte die verbindt. Ze zoekt ruimtes die verborgen blijven. Ze verwijst naar de spiegel van Alice. Het is via die spiegel dat Alice toegang krijgt tot Wonderland, die andere ruimte. Ze verwijst naar de heterotopie van Foucault. Naar die andere ruimtes die bestaan. Naar niet-utopische andere ruimtes die wel mogelijk zijn.
De spiegel van Alice, dat is een tussenruimte. Vergelijk het met de huid die de brug maakt van de buitenkant naar de binnenkant van het lichaam. Denk aan de naald van de druggebruiker die zich door de huid prikt; die een gat maakt om het onmiddellijk weer te vullen. Zo elastisch, zo dun, zo fysiek, zo (on)tastbaar is die tussenruimte.
Lichamen spelen een belangrijke rol hier. Ze vormen een database in de database: als dragers van erfelijk materiaal; genetisch, sociaal en cultureel. Het perfecte lichaam bestaat niet: elk lichaam is de drager van afwijkingen die zullen zorgen voor contaminerende connecties. Die leiden tot omwegen en exploraties. Dat maakt het lichaam zelf tot ruimte. Een slagveld meer bepaald, waarop een oorlog wordt uitgevochten: een war on drugs die voor Daniel ook een war on race is, on gender, on class. Ze noemt het een oorlog tegen het mentaal zieke, verarmde, depressieve, verzwakte, verslaafde lichaam van de sociale ander. Dat lichaam, die vorm(ing) is wat je met je meedraagt, je leven lang.
Er zitten nogal wat verwijzingen naar Giorgio Agamben in dit werk. De Italiaanse filosoof en auteur van ‘Homo Sacer’ maakt (met Aristoteles, via Arendt en Foucault) een onderscheid tussen het naakte leven en het politieke leven, tussen zoë en bios. In het eerste is het lichaam wat rest: de laatste houvast. In het tweede verwerft dat lichaam politieke rechten om mee te leven, te werken, te functioneren en te beslissen in een maatschappij. De datalichamen uit ‘Public Secret’, de audiolichamen uit ‘Blood Sugar’ zijn in veel gevallen verloren lichamen, wegwerplichamen, waardeloze lichamen. Agamben schreef over een extreme vorm van gevangen lichamen in ‘Remnants of Auschwitz’: het derde deel van zijn ‘Homo Sacer’ cyclus.
In de gevangenis worden deze lichamen staatsbezit. Er staan straffen op het beschadigen of verminken van dat bezit. Deze lichamen worden slecht onderhouden en ingezet in een economie. De producten die Daniel gebruikt in ‘Undoing Time’ – in ‘Convictions’ zijn dat Amerikaanse vlaggen en schietschijven; maar ze gebruikt ook spiegels en matrassen en andere producten – zijn daar de stille getuigen van. Beverly Henry, één van de personages in een video in dat werk, naaide die vlaggen in de gevangenis voor 55 dollarcent per uur. Die nieuwe economie van de gevangenis als sweatshop – daar bestaat een naam voor: prison industrial complex – zorgt voor een toenemende vraag naar gevangenen, naar makkelijk inzetbare lichamen zonder rechten als goedkope werkkrachten.

Blik
Al deze lichamen (doen) bewegen. Ze stimuleren niet enkel een economie, ze trekken ook migraties op gang. Al deze lichamen steunen op de uitwisseling en het ander(s) worden. Ze zoeken naar begrip voor het onbegrijpelijke: je kan niet alles begrijpen maar elk beetje, elk stukje van een verhaal brengt je een stapje dichter bij de/het ander(e). Je kan niet alles weten: de interfaces van Daniel lijken gemaakt om je in te verliezen, om te exploreren. Een overzicht is onmogelijk. Wat rest zijn kleine overzichtjes, een verzameling van persoonlijke verhalen.
‘Public Secrets’ is opgebouwd rond dichotomieën – The Public Secret / Utopia, Human / Bare life, Inside / Outside – die langzaam oplossen: even misleidend als inwisselbaar. Gaandeweg wordt duidelijk dat in elk stukje utopie ook een publiek geheim schuilt, in elk menselijk leven ook een naakt leven, in elk binnen ook een buiten. Het ene kan niet zonder het andere. Het ene ontsnapt niet aan het andere. Vandaar die onvermijdelijke conclusie bij elk van deze werken. Wij zijn allemaal gevangenen (van het kapitalisme). We zijn allemaal verslaafd (als consumenten). Elk verlangen is altijd onbereikbaar: de gevangene in jezelf heeft schrik van de vrijheid die je mogelijk wacht; als verslaafde verlang je niet naar de roes, maar wel naar de prik(kel), de belofte van de roes; als consument wil je niet zozeer bezitten, maar wel verlangen. Elk ingelost verlangen verlegt de grens van datzelfde verlangen.
Deze werken belichamen ons falen om te begrijpen. In plaats daarvan doen ze een beroep op het gevoel. Een gevoel van (h)erkenning: van de verslaving, de gevangene, de dader, het slachtoffer, de bemiddelaar in jezelf. Die introductie van het gevoel, van de (h)erkenning, gaat via het zelf. Dat is de kracht van de persoonlijke reflecties op de gevangenis en de druggebruiker die Sharon Daniel deel maakt van haar werk. Daarin zit ook de kracht van de verwijzing naar de insulineshot die haar vader als diabeticus zichzelf tweemaal daags toedient om te leven. Dat is zijn drug; de drug waar ook zijn dochter mee heeft leren leven.
Die persoonlijke inbreng maakt van deze werken een hypertekst die veel verder reikt dan het werk an sich. De gebruiker van deze databases wordt coauteur van een eigen verhaal. Een zeer belangrijke rol in die persoonlijke benadering is weggelegd voor de figuur van Beverly Henry. Zij is een gevangene in de gesprekken van ‘Public Secrets’. Ze werkt als vrijwilliger, als bemiddelaar en als ex-junkie in ‘Blood Sugar’. En zij is de vrouw die de Amerikaanse vlaggen naait en weer uit elkaar haalt in ‘Undoing Time’. Enkel in ‘Inside the Distance’ vinden we haar niet terug.
Of toch? Daniel start ‘Inside the Distance’ in Leuven, ver weg van het Californië van Henry, waar ze samenwerkt met bemiddelaars – criminologen van de universiteit, medewerkers van Suggnomé vzw en politie – met daders en met slachtoffers. Terug in Californië werkt ze verder met acteurs die de verschillende rollen uit haar Leuvense gesprekken heropvoeren. Af en toe zie je nog wel bemiddelaars in de video’s van ‘Inside the Distance’. Maar de rollen van de slachtoffers en de daders (en in vele gevallen ook de bemiddelaars) worden hier overgenomen door de acteurs. Die re-enactment is belangrijk. Het leidt opnieuw naar een inwisselbaarheid. Iedereen kan de rol van dader, slachtoffer en bemiddelaar spelen. We zijn allemaal medeplichtig. Er is geen buiten in dit netwerk van verbindingen.
Het is daar dat die figuur van Beverly Henry toch weer verschijnt. Zij is de schaduw achter de acteurs die de verschillende rollen spelen en daarin effectief ook van plaats veranderen. Zij is de druggebruiker die gevangene wordt die bemiddelaar en uiteindelijk actrice wordt. Maar nooit helemaal duidelijk wordt wie nu precies de dader is. Zijzelf (die zich eigenhandig de drugs toedient – is dat haar misdrijf)? Haar vriend (die haar introduceert tot de drugs: maakt dat van haar een slachtoffer)? De staat (die van het druggebruik een misdrijf maakt om te bestraffen en geen ziekte om te genezen)? Het is die aporie, die onbeslistheid, waar elk van deze werken ons keer op keer mee confronteren. Het is op die vragen dat Daniel ons keer op keer dwingt een eigen antwoord te formuleren.